Kopenhagen haalt moeizaam winst uit groene voorsprong

De klimaattop in Kopenhagen mislukte jammerlijk. Wat is een jaar later over van de Deense ambitie om een groen en ecologisch paradijs op de wereldkaart te zetten?

 

‘Die kerncentrale heb ik ooit bezet.’ Jacob Hartmann wijst over de klotsende golven. Zoals Amsterdam aan het IJ ligt, ligt de Deense hoofdstad Kopenhagen aan het Øresund. Aan de Zweedse overkant tekenen zich de contouren van dikke rokende schoorsteenpijpen af. Hartmann heeft een recordaantal bezettingen van gifschoorstenen en andere vervuilers op zijn naam staan uit zijn tijd als activist bij Greenpeace.

Militant actievoeren doet de jonge veertiger niet meer. Hij stapte twee jaar geleden over van de milieubeweging naar de overheid. ‘De tijd is rijp voor positieve motivatie.’ Al trof hij in 2008 een ingedutte gemeente-afdeling die rook naar bureaucratie. Er waren enkele goedbedoelde initiatieven, maar die waren niet serieus genoeg om als voorbeeld te dienen tijdens de VN Klimaattop van 2009. ‘Een maand voor de conferentie hebben we het Kopenhagen Klimaat Plan gelanceerd. De klimaattop heeft als een vliegwiel gewerkt. Iedere partij zag dat het nu moest gebeuren.’


Maar de klimaattop werd een fenomenale flop. Toch draait de Deense PR-machine een jaar na dato nog steeds op volle toeren. Het verkeersbureau dat Denemarken en zijn hoofdstad promoot, spreekt van een ‘groene golf’ die in Kopenhagen voelbaar is. Van het voedsel dat via restaurants en winkels de consument bereikt, is 12% organisch. In eetgelegenheden van de lokale overheid, zoals kantines, ligt dit cijfer op 45%. Een wereldrecord, zo klinkt het trots. Het streven is dat over vier jaar 90% van de producten die in gemeentelijke instellingen worden genuttigt ecologisch zijn.

Het stadsbestuur heeft het plan omarmd in 2025 co2-neutraal te zijn. Kopenhagen wil de klimaathoofdstad van de wereld zijn.
Indrukwekkende cijfers en mooie plannen. Maar zetten deze initiatieven zoden aan de dijk? Of zijn de Denen alle goede ideeën zat na de catastrofaal verlopen COP15, zoals ze de bijeenkomst van de Verenigde Naties in december 2009 noemen?

‘De top was een enorme tegenvaller’, zegt Marie Theresa Olesen, een kleine vrouw met kortgeknipt haar. Ze heeft een ecologische kapsalon in het centrum van de stad. ‘Eco leeft hier heel erg. Ik ben er al jaren actief mee bezig. Het was een domper dat de wereldleiders er niet toe kwamen harde afspraken te maken.’
Vanwege een allergie voor chemische stoffen stapte Olesen zeven jaar geleden over op organische producten. Ongeveer de helft van haar klanten zijn zwangere vrouwen. Die hebben geen trek in de schadelijke stoffen die reguliere, chemische haarkleurmiddelen bevatten.
Twee jaar geleden is Olesen voor zichzelf begonnen, haar zaak zit in een winkelstraat vol designwinkels en koffiebarretjes. Voor de deur staat een wit fietsenrek met daarop in groene sierletters de naam van haar zaak. Ze heeft inmiddels een paar personeelsleden in dienst omdat ze de toeloop in haar eentje niet meer aankon. Naast het gebruik van organische haarproducten heeft Olesen eenvoudige maatregelen genomen als de installatie van waterbesparende douchekoppen en spaarlampen. ‘Ik draag mijn steentje bij. Als wij het nu niet doen, is het voor volgende generaties straks te laat.’

Van het bewuste ondernemersschap van de eco-kapster wordt Jacob Hartmann zichtbaar opgewekt. ‘De winst zit in dit soort kleine verhalen. Het belangrijkste is de mentaliteitsverandering. Alles wat we tot nu toe hebben gedaan, moeten we anders doen. De instelling van beslissers verandert ten goede, alleen staat het tempo mij niet aan. Ik zou willen dat het sneller ging.’
Zelfs Maersk, de Deense transportmultinational die Hartmann vroeger als het Grote Kwaad zag, koerst langzaam naar een schonere horizon. Letterlijk. ‘Om de koolstofuitstoot omlaag te brengen, heeft het bedrijf de vaarsnelheid van haar schepen vertraagd. En wat blijkt? De stiptheid is enorm verbeterd. Als een schip nu te laat dreigt te komen, geeft de kapitein iets meer gas. Voorheen voer ieder schip op volle kracht.’

In de strijd tegen kooldioxide zet Hartmann in op onafhankelijkheid van fossiele brandstoffen. De kolengestookte energiecentrale, eigendom van de stad, wordt op termijn ingeruild voor windmolens en een biogascentrale. Om het gebruik van de fiets te stimuleren, worden meer fietspaden aangelegd. En er is een groen netwerk om het bedrijfsleven te stimuleren om maatregelen te nemen. ‘De ambitie is een mooier, schoner en zuiniger Kopenhagen te realiseren. Maar dat ontstaat niet vanzelf’, zegt Hartmann.

De gemeente staat niet klaar met een zak geld. ‘We bieden ondernemers een gratis adviseur die aangeeft hoe ze energie kunnen besparen.’ Hartmann brengt ondernemers met elkaar in contact om ideeën uit te wisselen. Een van de belangrijkste troeven zit in de marketing. Veel bedrijven hebben inmiddels in hun jaarverslag staan dat ze zich inspannen voor duurzaamheid. ‘Alleen hebben ze zelf vaak weinig ideeën hoe ze dat kunnen realiseren. Leveranciers kunnen op die lacune inspelen. Een restaurant dat ecologische buffetten organiseert, kan de duurzaamheid als verkoopargument gebruiken. Alleen al door een co2-neutrale locatie te kiezen voor een vergadering kan een bedrijf zijn doelstellingen op het gebied van duurzaamheid halen.’

Een van de ondernemers die bij het groene netwerk is aangesloten is Kirsten Brøcher (48). Met haar broer runt ze vier hotels in de stad. De 61 kamers van Hotel Fox zijn aangekleed door kunstenaars en zijn geliefd onder ‘stedentrippers’. Kong Arthur is een comfortabel viersterren hotel waar veel zakenlieden logeren. ‘We hebben onze jaarlijkse uitstoot afgekocht, waarmee alle vier hotels in een klap co2-neutraal zijn. Maar dat is pas een begin.’ De afgelopen twee jaar heeft de familie 300.000 euro geïnvesteerd in energiezuinige verwarming en verlichting. Kirsten Brøcher heeft een commissie ingesteld met personeelsleden uit alle lagen van haar bedrijf. Een van de kamermeisjes kwam met het idee om maar één handdoek in de badkamer te hangen en de gebruikelijke tweede in een kast te leggen. Dat bracht het gebruik van linnen met 20% omlaag. Op elke kamer heeft twee maal eenpersoons beddengoed plaatsgemaakt voor een maal tweepersoons , wat nog eens 20% minder wasgoed oplevert.

‘We bezuinigen niet op ons product’, zegt Brøchner. ‘We kijken hoe we op een andere manier dezelfde luxe en service kunnen bieden.’ De ingrediënten van het ontbijtbuffet zijn allemaal ecologisch. Brøchner: ‘We halen om de dag verse melk, in plaats van elke dag. Dat scheelt flink in transport en afval. En we serveren appels uit Denemarken in plaats van kiwi’s uit Nieuw-Zeeland. We vragen onze leveranciers of ze het transport met elkaar kunnen combineren.’

Brøchners grote wens is om zelf co2-vriendelijke energie op te wekken. Met een aantal andere hotels uit Kopenhagen heeft ze de handen ineengeslagen. Samen willen ze een windmolenpark opzetten. ‘Ik belde de burgemeester dat ik een stuk land nodig had. Hij is enthousiast. We zijn nu bezig met de financiering en we hopen nog meer hotels bij ons plan te betrekken.’ In 2012 of 2013 moet worden begonnen met de bouw. In Denemarken geeft de overheid de eerste zes jaar subsidie voor een windmolenpark.

Hartmann van de gemeente Kopenhagen is blij met het particuliere initiatief. Partijen zijn met elkaar in overleg over de investering. ‘Voor ons als overheid is misschien wel het belangrijkste dat wij onze bureaucratie verliezen. Als een ondernemer met een plan komt, moet het antwoord automatisch zijn: Mooi, laat eens zien waar je mee bezig bent en hoe kunnen we je faciliteren. We moeten af van de mentaliteit dat we als bureaucraten nee zeggen of vergunningen eisen.’
Ondanks de groene golf hebben de voorlopers moeite om de massa mee te krijgen. Hartmann: ‘Er zijn dagen dat ik vol vertrouwen ben dat we de doelstellingen gaan halen. Maar er zijn ook dagen dat ik heel triest word. Kort geleden was een school gerenoveerd. Daarbij was het goedkoopste materiaal gebruikt en overal waren ouderwetse peertjes opgehangen.’

Brøchner heeft onlangs een van de drie elektrische auto’s die ze had aangeschaft voor hotel Kong Arthur teruggebracht naar de leasemaatschappij. ‘Gasten konden een auto huren voor 49 euro per dag, maar niemand maakte er gebruik van.’ De overgebleven voertuigen zijn in gebruik van het personeel en van Brøchner zelf. Op de zijkant van de autootjes staat in zachtblauw het co2-neutraallabel en in groen de tekst: ‘This is not a car, it’s a statement.’ ‘Maar bij een volgende auto zou ik het omkeren’, zegt Brøchner. ‘Ik wil gebruikers juist aanmoedigen: maak je niet druk om vervuilende uitstoot, dat heb ik al gedaan!’