Interview Lucassen

Parool 12/12/2009

Actueel werk Lucassen:
Galerie Wansink Maastricht
tot 22/01/2011.

Elke vorm van religie is een vergissing

Tweedehands schilderijen of krukjes krijgen betekenis in het werk van kunstenaar Lucassen. "Kijk, dat zoek ik dus niet." Reinier Lucassen (1939) wijst naar een kraam met oude emaillen naamplaten waarvan de randen zijn weggeroest en de originele Franse belettering is aangetast. 
 

Geliefd koopwaar op de vlooienmarkt bij de IJ-hallen in Amsterdam Noord. “Doordat de tijd over die spullen is gegaan, is de esthetische waarde ervan verhoogd. Maar ik heb veel liever een plastic emmertje van de Blokker. Een vrij nieuw emmertje heeft wat mij betreft een verhoogde waarde als het is afgedankt maar net op tijd uit de vlammen van de verbrandingsoven is gered.”

Het gaat kunstenaar Lucassen niet om ouderdom, maar om de redding van spullen voor ze op de vuilnishoop eindigen. Met die gespaarde schatten, niet perse mooi van zichzelf in de ogen van de gemiddelde rommelmarktbezoeker, haalt Lucassen materiaal in huis waarmee hij zijn kunstwerken samenstelt.

Assemblages, modificaties en schilderijen maakt Lucassen, stuk voor stuk commentaren op de maatschappij. Zijn kritiek begint al bij zijn materiaalkeuze: we hechten wel erg weinig waarde aan de spullen om ons heen gezien het gemak waarmee we ze weggegooi. Maar dat is niet het onderwerp van de kunstobjecten.

Een belangrijk en terugkerend thema in het werk van Lucassen is religie. “Ik vind het mooi als mensen ergens in geloven, in wat dan ook. Maar elke vorm van religie is een vergissing. Rondom het ontstaan van geloofsovertuigingen, zoals het christendom 2000 jaar geleden, waren beeldende kunst en religie nog met elkaar verbonden, ze waren bijna één.
De mensen waren onwetend en beelden en schilderingen zorgden in een zuivere vorm voor overdracht. Maar er is zo veel kitsch ontstaan. Neem al die heiligenbeelden van de katholieken.”

Dus zien we in de keuken bij Lucassen een gigantisch Jezusbeeld ondersteboven hangen aan de onderkant van een tafelblad. Onder het tafeltje ligt een strijkbout. “Deze hele assemblage ga ik nog bevestigen op een soort vloertje.”

In de hal hangt een pittoresk landschapje in een barokke plastic lijst, alweer een vondst van de rommelmarkt, Lucassen spelde op het canvas met plastic speelgoedletters: holy shit. Hij moet er zelf om grinniken. Op een ander bestaand schilderij is de bedoeling van de oorspronkelijke schilder nauwelijks meer zichtbaar.

“Ik zoek op markten altijd schilderijen die mij uitnodigen om het werk af te maken, waar zo’n schilder blijkbaar niet toe in staat was.” Lucassen schilderde met dik verf over het “saaie, academische” portret, de geportretteerde draagt nu een bivakmuts waarin diens mond en ogen angstig tegen afsteken. Ook hier plakte Lucassen letters op die hij ergens opdook en vrolijke kleuren gaf. Terrorist staat er, en de p en ff ontbreken nog van de kreet piss off.

Het atelier op de benedenverdieping, maar eigenlijk zijn hele huis in Oud-Zuid is een rommelmarkt op zich. De vloer ligt bezaaid met kunstobjecten-in-wording, stukjes afgezaagd hout, beeldjes, krukjes in typische jaren ’60-kleuren, verf en schilderijen.
De muren en het plafond met ornamenten van de hoge verdieping zijn geel uitgeslagen; het werk van een levenslange roker. Maar dit voorjaar werd Lucassen zo benauwd dat hij niet meer kon ademen. Protest van een lijf van zeventig jaar.
“Nu moet ik verder zonder mijn ritueel waarbij ik rokend in mijn stoel rondkeek voordat ik begon met werken.”

Hoe bevalt het ouder worden? “Ik heb geen toekomst meer. Dat is irritant.” Is die gedachte een belemmering in zijn werk? “Nee,” reageert hij fel. “Integendeel. Volgens mij maak ik meer dan ooit.” Met de modifications – bewerkte kunstwerken - en assemblages – met bestaand materiaal samengestelde objecten – stelt Lucassen “wangedachten en maatschappelijke fratsen” aan de orde.

Fel maar humoristisch, de stukken hebben een bijna cartooneske uitstraling. De schilderijen van Lucassen ogen een stuk ingetogener. Ze zijn filosofisch, zoals hij zelf zegt, en iets hoopvoller. Met zijn doeken onderzoekt Lucassen ook weer grote thema’s. Zoals de zorgvuldige opbouw van een complottheorie waarin joden door christenen werden zwartgemaakt en gediscrimineerd ten tijde van de Romeinen.

“Mensen denken in religie betekenis te vinden. Maar dat bestaat niet. Ik denk dat de wereld betekenisloos is. Kunstenaars kunnen bij uitstek betekenis geven omdat zij met hun werk constant zoeken naar betekenis. Daarin valt geen uitleg te bespeuren of iets dergelijks, ik zou van mijn eigen bijdrage aan de kunst niet kunnen zeggen wat de betekenis ervan is. Wel dát het betekenis heeft.”