Interview Edith Ringnalda

Parool 30/12/2009

Fotografie © Mark Kohn

Memoires van de liefde met Simon Vinkenoog

De dood kan niet op tegen de liefde die Edith Ringnalda voelt voor haar overleden echtgenoot Simon Vinkenoog.
In haar boek ‘Heer en meester, een liefdesverklaring’ is de hartstocht springlevend en aanstekelijk.

 

Toen Edith Ringnalda de grote liefde waarvan ze haar leven lang al droomde vond in Simon Vinkenoog, was van het leeftijdsverschil niets merkbaar.
De toen zestigjarige dichter was zesentwintig jaar ouder dan zij en was altijd buitengewoon energiek, net als zij. Vanwege de allesoverheersende liefde die ze beide voelden en toch ook vanwege het besef dat hij door zijn leeftijd dichterbij het eind van het leven was, besloot Ringnalda haar baan op te zeggen.

Ze was zakelijk leider van Dogtroep, met dit theatergezelschap reisde ze over de wereld, in haar werk kon ze al haar creativiteit en denkvermogen kwijt en in haar werkkring had ze altijd veel geluk gevonden. Maar na de ontmoeting met Vinkenoog besloot ze voluit te leven voor haar man, diens werk en hun liefde.

Terugblikkend schrijft Ringnalda in ‘Heer en meester, een liefdesverklaring’: Dat ik mijn baan eraan zou geven vond Simon ‘het mooiste huwelijksgeschenk’ en ik de hoogste vorm van emancipatie voor mijzelf: Mastery in Servitude....
Vooral vrouwen begrijpen dit niet, omdat zij louter de uiterlijke vorm zien: je baan opzeggen betekent je onafhankelijkheid verliezen, geen eigen geld meer en je hand moeten ophouden.... Emancipatie is voor mij: in vrijheid beslissingen durven nemen, ook al druisen die volkomen in tegen de publieke opinie.

Haar boek – je zou het de memoires van een liefde kunnen noemen - ligt nu in de winkel en is naast een openhartige en hartstochtelijke liefdesverklaring ook een portret van de vrouw die vooral bekend stond als de krachtige wederhelft van Simon Vinkenoog.

“Simon was bij ons degene die schreef, die creëerde. Ik vond het heerlijk om te zorgen dat hij dat kon.” In haar boek beschrijft ze hoe dat ging: Ik ben zijn klankbord en omdat hij zo vol zit, dien ik mijzelf leeg te maken – voor de broodnodige balans, ik zit dan op mijn eigen stoel, genietend van mijn uitzicht... en heb alle gelegenheid om mijn gedachten te laten gaan.
Toen het leeftijdsverschil toch voelbaar begon te worden, werd het samenzijn nog intenser. “Op mijn vierenveertigste wilde ik nog altijd eindeloos doorgaan met feesten en dansen terwijl Simon, inmiddels zeventig, naar huis wilde. Toen al zei ik, als jij naar huis wilt, zeg het me dan lieverd en ik ga zingend met je mee. Sindsdien zijn we altijd samen naar huis gegaan.”


Omdat Vinkenoog zomer 2009 werd opgenomen in het ziekenhuis, de pijn in een been met kapotte aderen was zo ondragelijk geworden dat het been moest worden geamputeerd, waren ze noodgedwongen gescheiden. Ringnalda koos er voor om op een andere manier volledig bij hem te zijn.
“Elk moment dat ik niet bij hem was, zat ik te schrijven aan mijn liefdesverklaring aan Simon. Daarmee zou ik hem op onze twintigjarige huwelijksdag op 1 september kunnen laten zien dat ik elk moment dat ik niet aan zijn sponde zat, toch dichtbij hem was, op papier.
We hadden eigenlijk samen een boekje zullen schrijven over onze liefde: ‘Onwijs geluk’. Dat waren we al jaren van plan en aangespoord door Vic van de Reijt, Simons uitgever, zouden we er nu echt werk van maken. Omdat Simon er niet toe in staat was, ben ik zelf begonnen.

Ik vond het heerlijk om helemaal alleen te zijn en te schrijven voor hem. Ik vertelde Simon dat ik hiermee een eigen ritueel aan het ontwikkelen was om de tijd te overbruggen tot hij weer bij me zou zijn. Dat ritueel bestond eruit dat ik ’s ochtends ging schrijven voordat ik Simon opzocht in het ziekenhuis. Ik schreef in bed in ons huisje op de volkstuin waar ik voor het eerst alleen de zomermaanden doorbracht.”

Het nieuwe ritueel bleek een oefening voor het werkelijke alleen zijn.

Op 12 juli 2009 overleed Vinkenoog aan de gevolgen van een hersenbloeding. De intieme liefdesverklaring voor haar man werd Ringnalda’s debuut dat zij uitbreidde met haar eigen jeugdherinneringen en dat nu is uitgegeven voor de buitenwereld.
“Ik was het helemaal niet meer gewend om alleen te zijn, daarom was het nog niet eenvoudig zo van de ene op de andere dag. De eenzame stilte had ik lang niet meegemaakt, het was fijn te merken dat ik alleen ook gelukkig kon zijn.
Maar het was en het is wennen, wij deden altijd alles en alles samen. Onze communicatie was zo heftig, onze liefde zo groot. Ik had nooit een boek kunnen schrijven met Simon erbij. Maar dat creatieve denkproces van zelf schrijven, nadenken en gedachten formuleren maakte me ontzettend gelukkig.” Een prettige gedachte voor in de toekomst. Al mocht die toekomst nog wel even wachten.

Ze koos er de eerste maanden na zijn dood voor om net als de voorgaande twintig jaar alleen te zijn met haar man. Ze sloot zich op en schreef uren achtereen aan het boek.
“Ik kookte helemaal niet, ik ruimde niks op, dat interesseerde me allemaal niet. Ik wilde niemand zien en alleen maar schrijven, heerlijk. Natuurlijk vanwege het onderwerp. Maar ook omdat ik zo nog ongestoord bij Simon kon zijn. Want hij zit in me. Ons huwelijk was de grootste bevrijding in mijn leven. Mijn vrijheid was met Simon samen minstens even groot als in de tijd voordat ik hem kende. Het grote verschil nu is dat ik mijn eigen tijd terug heb. Met Simon erbij was al mijn tijd altijd onze tijd. Nu is alle tijd helemaal voor mijzelf alleen.”


De eerste maanden na de dood van haar man waren er wel wat tranen gevloeid, maar weinig. Nu, als ze bepaalde herinneringen ophaalt rolt er wel eens een traan. Of huilen een teken van zwakte is?
“Nee zeker niet,” zegt Edith Ringnalda terwijl haar stem aan kracht herwint en ze haar opkomende tranen ras wegslikt. “Tranen zijn niet te stoppen, verdriet moet vloeien. Net zo min als Simon kan ik mij groot houden als ik me niet groot voel. Maar ik ben nu eenmaal geen huilerig type.”

Zo ongeveer de eerste keer dat ze de hele dag constant moest huilen was krap vier maanden na het overlijden van haar man. “Een nieuwe uitgave van zijn bundel ‘Goede raad is vuur’ werd gepresenteerd op 15 november in Ruigoord en mij was gevraagd te spreken. Ik wilde dat dolgraag doen. De dag van te voren ging ik mij voorbereiden en toen gingen de sluizen al open. Ik las al dat mooie werk, het waren niet eens Simons woorden maar zijn keuze uit de keur aan poëzie.”
Terwijl ze het vertelt komen de tranen weer. “Ach, ik huil om zo veel. Als ik me indenk hoeveel pijn Simon heeft gehad en hoe groot hij zich heeft gehouden, dan is dat hartverscheurend. Maar ik huil ook om wat wij samen hadden, om de liefde, de schoonheid, zijn geweldige optimisme en de kracht om altijd maar door te gaan, met zo veel energie en lust. Geweldig.
Ik heb hartstochtelijk gehuild om een tekst van Jeanette Winterson: ‘The healing power of art is not retorical fantasy. For some found in music, for some pictures, for me primarily poetry, wether found in poems or in proze, cuts trough noise and hurt, opens the wound to clean it and than gradually teaches it to heal itself. Wounds need to be tought to heal themselves.’ Gesteund door dergelijke woorden had ik geen enkele moeite meer om daar te spreken.”


“Ik hoop van de pen te gaan leven, dat vooruitzicht is heerlijk. Ik ben een denker en een taalliefhebber. Ik heb Nederlandse Taal- en Letterkunde gestudeerd en bovendien ben ik ‘junior writer’ geweest van Simon. Van de in Nederland wonende Australische zangeres Fifi l’Amour kreeg ik het mooiste compliment dat je als schrijver kunt krijgen. Ze zei: ‘Door het taalgebruik van Ramses Shaffy en van jou ben ik van de Nederlandse taal gaan houden.’ Maar ik kan ook altijd nog les in liefde gaan geven. Lijkt me enig om scholieren daar iets van bij te brengen.”


www.kohn.nl/