Interview René Teijgeler

Quest 01/2011
Fotografie © Mark Prins

 

Antropoloog op oorlogspad

In conflictgebieden zoals Irak en Afghanistan liggen ook historische kunstschatten onder vuur. Antropoloog René Teijgeler hijst zich in uniform om ze te redden.

 

Oktober 2010. In de lobby van een hotel in de Afghaanse hoofdstad Kabul zitten mannen met lange baarden in zwarte gewaden en met zwarte tulbanden op hun hoofd. Taliban, inderdaad. Ze onderhandelen met Afghaanse regeringsleiders en Amerikanen.

René Teijgeler, Nederlands antropoloog en adviseur van Unesco, de organisatie voor onderwijs, wetenschap en cultuur van de Verenigde Naties, verblijft in hetzelfde hotel. Op uitnodiging van de VN presenteert hij tijdens een conferentie over cultuur en ontwikkeling zijn visie op de grootschalige kunstroof in Afghanistan.

Weer thuis in Utrecht zegt Teijgeler: ‘Absurd om je te beseffen dat je naast de taliban zit. Dat hotel was zwaar beveiligd, dus ik mocht er niet zomaar uit. Ook werd alles wat ik deed streng gecontroleerd. Maar juist vanwege de aanwezigheid van zo veel cruciale partijen voelde ik me wel veilig. Want geen van die partijen zou op dat moment een bom op dat hotel gooien.’


Hoe meer antropoloog René Teijgeler vertelt over zijn werk, des te meer een beeld opdoemt van een Utrechtse Indiana Jones.
Vroeger tuurde hij als onderzoeker uren door een microscoop om de betekenis van sierlijke tekens op een kwetsbaar velletje Chinees offergeld te ontcijferen. Teijgeler droeg de titel meester boekbinder en restaureerde antieke boeken.
Maar tegenwoordig werkt hij in risicogebieden als Irak, Afghanistan en Haïti als adviseur voor het Nederlandse leger, de NAVO, of Unesco. En reist daar mee in zwaar beveiligde konvooien, gewapend en in uniform.
Een verrassende carrièreswitch voor een man die als puber nog overtuigd pacifist was. Nu zegt hij: ‘Als een land zijn cultureel erfgoed zelf niet meer kan beschermen, en de situatie is zo onveilig dat zelfs internationale hulpverleningsinstanties terug naar huis gaan, dan blijft het leger over.’
Naast het waarborgen van de veiligheid van mensen, hoort ook de bescherming van erfgoed wettelijk tot de taken van het leger. Daarvoor roept het ministerie van Defensie de hulp in van specialisten zoals Teijgeler.

Zo’n adviseur heeft de keus zijn taken ter plaatste als burger of als militair uit te voeren. Na enige twijfel koos Teijgeler voor de militaire optie. Dus toen hij in 2009 in de Zuid-Afghaanse provincie Kandahar zes maanden optrok met de Nederlandse ISAF-troepen, droeg hij een uniform.
‘Als je deel wilt uitmaken van een groep, dan moet je de taal van die groep spreken. Om goed te functioneren wilde ik militair zijn onder de militairen.’
Die keuze werd hem niet door alle collega-wetenschappers in dank afgenomen. Er ontstonden felle discussies onder antropologen en archeologen over de vraag of een wetenschapper zich op die manier niet overlevert aan een oorlogsapparaat. De emoties liepen hoog op, Teijgeler ontving buitenlandse dreigementen en haatmail. ‘Een begrijpelijke reactie die in vergelijkbare situaties vaker debat oproept. Verzet je je van buitenaf tegen een regime of probeer je van binnenuit iets te veranderen? Ik kies voor dat laatste.’


Ben je weleens bang geweest tijdens je werk?
‘Tijdens mijn eerste militaire missie liep het slecht af met mijn directe collega. Het was 2004, en ik werkte zeven maanden op de Amerikaanse ambassade in Bagdad in opdracht van het Nederlandse leger.
Mijn collega was senior adviseur educatie. Hij zat al langer in Irak en was overmoedig geworden. Hij was in zijn eentje op pad gegaan, ongewapend en in een ongepantserde wagen. Hij is onder valse voorwendselen weggelokt en onderweg geëxecuteerd. Zo’n gebeurtenis hakt erin, kan ik je zeggen.
Zelf heb ik in Irak meegemaakt dat ik op de terugweg van een feest bij de staatssecretaris van Cultuur een uur vertraging had opgelopen. De slagbomen van de groene zone waar ik woonde waren al dicht. Mijn chauffeur zette me voor de gesloten hekken af en vertrok. Daar stond ik dan, in mijn eentje tegenover een stel doodenge Amerikaanse mariniers die meteen scherp trokken. Niemand vertrouwt elkaar, ik kon voor hen net zo goed een terrorist zijn. Ik heb de hulp van een paar Irakese wachten ingeschakeld die ik verderop zag staan. Door heel opzichtig mijn ID-kaart te tonen en te zeggen wie ik was. Ik droeg wel een wapen, maar ik was echt bang. Die situatie had fataal kunnen aflopen. Het was oliedom van me om op pad te gaan zonder te checken hoe laat de avondklok inging.’
 

Als wetenschapper ben je vast ook niet getraind om met dit soort dreigende situaties om te gaan?
‘Gelukkig heb ik in mijn leven veel gereisd, ook in minder veilige streken. En ik ben geen twintig meer. Daardoor heb ik de levenservaring die je nodig hebt voor dit soort klussen. Bovendien heb ik vroeger veel aan judo- en aikido gedaan.
Dat alles geeft me een houding waarmee ik me goed door spannende situaties weet heen te slaan, zonder dat het op een gevecht uitloopt.’


Hoe doe je dat dan?
‘Niet in paniek raken, maar het hoofd koel houden. Ik voel de angst wel, toch houd ik de controle. Dat is belangrijk denk ik. Ik heb al mijn voelsprieten uitstaan en ga een confrontatie niet uit de weg, ook niet met enge types.
Hoewel, toen ik met een Italiaanse collega in Kabul over straat liep, zeiden onze twee Afghaanse begeleiders: ‘We gaan nú oversteken.’ Die zagen kennelijk iets verdachts. Dan ga je niet in discussie, maar maak je dat je onopvallend zo snel mogelijk wegkomt.’


Je waagt je leven om cultureel erfgoed te bewaken. Wat is daar zo belangrijk aan?
‘Een kerk, een beeld of oudheidkundige opgravingen zijn zaken op basis waarvan een volk zijn identiteit vormt.
Neem een huis, dat is meer dan vier muren met een dak erop. De manier waarop het is gebouwd en ingericht, vertelt een verhaal over de bewoners.
Daardoor heeft zo’n stapel stenen opeens veel meer waarde dan het fysieke object dat een huis is.’


Welke gevaren dreigen voor het cultureel erfgoed?
‘Direct na de val van Sadam Hussein zijn uit het Iraaks Nationaal Museum vijftienduizend kunstschatten geroofd: kleitabletten, rolzegels, beelden, sieraden, munten.
De illegale kunsthandel is, naast drugs- en wapenhandel, een belangrijke inkomstenbron voor terroristen.
Wij trainen mensen om archeologische sites te bewaken. Om te voorkomen dat die worden afgegraven in opdracht van smokkelaars, want dat is iets wat systematisch gebeurt. En die smokkelaars zijn geen lieverdjes.’



Toch lijkt het vreemd om je in conflictgebieden te bekommeren om stapels stenen terwijl er ook mensenlevens in gevaar zijn.
‘Mensen gaan natuurlijk altijd vóór zaken. Het calamiteitenplan van een museum schrijft ook voor dat bij brand eerst de bezoekers moeten worden geëvacueerd. Pas als er daarna nog tijd is, kun je kijken wat er van de collectie te redden valt. In een conflictgebied is het niet anders.’


Lukt het om resultaat te boeken in dreigende situaties?
‘Dat is wisselend. Ik heb me intensief bemoeid met het behoud van de historische minaret van Samara in Irak. Scherpschutters bewaakten vanuit die toren een weg. Ik heb een Amerikaanse generaal verzocht ze er vanaf te halen. Hij weigerde.
De waarde van de minaret was op dat moment onduidelijk. De ene bron zei dat hij uit de negende eeuw dateerde, een andere sprak over eind twintigste eeuw. Ik heb een helikopter gestuurd en satellietfoto’s laten maken om het te onderzoeken.
De minaret bleek gebouwd in de negende eeuw en onder Sadam Hussein in 1996 te zijn gerestaureerd. Op basis van die informatie is het toch gelukt de schutters daar weg te krijgen.
Dat was dus een succes. Maar helaas van korte duur, want nog geen week later is de top van die minaret er door rebellen afgeschoten. Waarom? Ik heb geen idee.’

Kunnen militairen werkelijk monumenten sparen in gevaarlijke omstandigheden?
‘In het kader van de wederopbouw in Zuid-Afghanistan, de streek waar de meeste gevechten plaatsvinden, ontstond het plan om een nieuwe rondweg rond Kandahar aan te leggen.
Ik heb aangegeven dat een belangrijk historisch fort dat op de geplande route ligt, niet mocht wijken voor die weg. Dat advies is overgenomen.
Aan de andere kant is een grote historische bazaar in die streek zwaar beschadigd geraakt toen talibanstrijders zich erin hadden verschanst. Als zij daar vandaan schieten, mag er worden teruggeschoten.
`Ik kan de militairen adviseren zo’n doelwit te sparen. Maar als dat strategisch gezien onontkoombaar is omdat de vijand zich erin heeft verschanst, dan kan zo’n stuk erfgoed daar de dupe van worden.’


Het blijft een vreemde mix: wetenschapper en militair. Wat is een situatie waarin je gewetensbezwaren zou krijgen?
‘Stel het Pentagon [hoofdkwartier van het Amerikaanse leger, red.] vraagt mij om een lijst te maken van het cultureel erfgoed in Iran. Dat zullen ze nooit vragen als ze geen aanvalsplan hebben. Zo direct me mengen met de oorlog, dat zou ik dus nooit doen.
Je moet als wetenschapper weten voor welke zaak je opdrachtgever staat en of je je daarin kunt vinden. Ik kies alleen voor internationaal goedgekeurde missies.’