Quest Psychologie 3/2010

 

Waar een wil is, is een weg

Acteur Christopher Reeve speelde Superman maar raakte daarna verlamd. Zijn minimale bewegingsruimte benutte hij maximaal om zich strijdlustig in te zetten voor lotgenoten. Wat bepaalt of je vecht of berust in je lot?


Jan Dick Bruijne drinkt door een rietje de kop koffie leeg die iemand bij zijn mond houdt. Jan Dick heeft een hoge dwarslaesie, van zijn nek tot aan zijn tenen is hij verlamd. Zijn benen rusten gevoelloos en bewegingloos in zijn rolstoel. Dat belet hem niet twee keer in de week te fietsen.

Hoe kan iemand die verlamd is fietsen? Een hulp plakt twaalf elektrodestickers bij Jan Dick op zijn bovenbenen. In de sportzaal brengt fysiotherapeut Mike met een stekkertje de elektroden in verbinding met een impulscomputer op de Berkel-Bike. De beenspieren ontvangen stroomstootjes waardoor zijn benen in beweging komen en Jan Dick zelf kan fietsen op deze bijzondere fiets. Al binnen een paar minuten parelt het zweet over zijn voorhoofd.

‘Ik zit hier de Alpe d’Huez te beklimmen hoor’, roept hij. ‘Heerlijk’, zegt hij zodra hij na een halfuur trappen weer op adem is. ‘Ik ben zo blij dat ik op deze manier weer kan bewegen. Na het sporten heb ik het gevoel dat ik de hele wereld aan kan.’

Dat hij dit ooit weer zou kunnen had Jan Dick niet kunnen bedenken na de fatale landing van een duik vanaf een rots in de Middellandse Zee op zijn achttiende. Een bewegingloos leven zag hij niet zitten, van hem mocht te stekker er toen uit. Zijn familie sleurde hem door de eerste helse jaren. Hij leerde leven met zijn handicap en inmiddels is hij dertig jaar verder.

Toen Jan Dick een paar jaar geleden hoorde dat bewegingswetenschapper Rik Berkelmans het idee had een impulsfiets te ontwikkelen, zag hij zichzelf er al helemaal op fietsen. Hij zocht contact met Berkelmans aan Radboud Universiteit Nijmegen en samen moesten ze veel technische hobbels nemen. Zorginstellingen en andere instanties waarvan ze afhankelijk waren voor de financiering werkten vaak tegen.

‘Ondanks allerlei gedoe had ik steeds het volste vertrouwen dat het moest kunnen. Na dertig jaar stilzitten train ik nu actief. Ik probeer in een steeds hogere versnelling te fietsen.’ Waar een wil is, is een weg, meent Jan Dick.

 
De wil kun je inderdaad zien als een controlemiddel om je gedrag mee te sturen. Die mening is motivatiepsycholoog Julius Kuhl van de universiteit van Osnabrück toegedaan. Van oudsher hebben psychologen een lichte hekel aan het begrip ‘wil’. Logisch, want wat voor invloed hebben psychologische therapieën als de wil op zichzelf staat, los van de psyche, als een soort orgaan dat toch zijn eigen gang gaat? Maar Kuhl was de eerste die het anders zag. Hij bedacht dat als je toegang hebt tot de wilsfuncties, je veel flexibeler bent in je gedrag. Sinds 1980 doet hij onderzoek naar wat hij noemt actiecontrole over de wilsfuncties. Die wilsfuncties heten in de moderne psychologie executieve functies.


Deze executieve functies zijn in het brein verantwoordelijk voor de uitvoering van bepaald gedrag. De ene functie zorgt dat we onze aandacht bij de les van een docent kunnen houden, weer een andere functie activeert het werkgeheugen en zorgt dat we de leerstof kunnen onthouden.
Een leerling die heel goed oplet en zich niet laat afleiden door rumoer om zich heen is misschien een ideale leerling. Totdat die leerling wordt aangevallen door een leeuw omdat hij het beest het lokaal niet in had zien stormen. Want hij lette alleen op de lesstof. Als je te star bezig bent om flexibel te handelen, kun je je afvragen hoe zeer het vermogen tot perfecte focus van dienst is. Anders gezegd, er ontstaat wel eens een controleconflict wanneer verschillende functies die vanuit het brein ons handelen aansturen om voorrang strijden.


Al die executieve functies zijn sterk met elkaar verbonden. Ze hebben een gemeenschappelijke bottleneck: er is maar één functie die ‘wint’ en het uiteindelijke gedrag in een situatie bepaalt. Aan het brein de taak die soms tegengestelde functies in balans te brengen.
De toevoer van dopamine speelt daarin een belangrijke rol. Deze neurotransmitter activeert verschillende functies. Wie op de juiste plek in de hersenen een hoge toevoer van dopamine heeft, zal flexibel zijn en snel actie kunnen ondernemen. Omgekeerd werkt weinig dopamine, of een afname van de toevoer ervan, juist kalmerend.
Na onderzoek constateerde Kuhl dat je grof gezegd twee soorten mensen hebt: mensen die georiënteerd zijn op actie en mensen die georiënteerd zijn op een stabiele toestand. Wie een hoge actie-oriëntatie heeft, heeft het vermogen flexibel te reageren in stressvolle omstandigheden. Juist in lastige situaties waarin je niet kunt terugvallen op routine, komt het erop aan dat je het heft in eigen handen neemt en vertrouwt op een oplossing.

Algemeen geldt dat zodra je positieve emoties voelt je beter in staat bent tot flexibiliteit. Maar wie in een dip zit, zal meer volharden in een bestaande situatie. Wie verdrietig is en niet in staat is verandering te brengen in zijn situatie, zal in een negatieve spiraal terechtkomen. Niet voor niets is reïntegratiebeleid erop gericht mensen die uitvallen op hun werk zo snel mogelijk weer aan de slag te helpen. Te lang thuiszitten en niets doen maakt niet beter, maar belemmert eerder al je handelen. De negatieve cirkel valt alleen te doorbreken door afleiding te zoeken en in actie te komen. De vraag is: hoe krijg je dat voor elkaar?


De kunst van het doorzetten schuilt in flexibel denken. Je moet besluitvaardig kunnen zijn zodat je ook onder moeilijke omstandigheden je plannen in actie kunt omzetten.

Ten tweede is het handig dat je je gedachten kunt verzetten na een tegenslag. Volgens Julius Kuhl zijn de wilsfuncties die verantwoordelijk zijn voor dergelijk gedrag te sturen. Dat begint in de vroege jeugd met signalen van anderen. Als kinderen door hun ouders worden gestimuleerd wanneer ze ‘goed’ bezig zijn, werkt dat motiverend door in de rest van hun leven.
Maar stel dat je het op dat vlak niet hebt getroffen? Omdat je moeder je niet eens liet schommelen omdat ze bang was dat je zou vallen en een kapotte knie zou krijgen. Dan heb je heel wat in te halen.

Niet getreurd. ‘Je basishouding is geen statisch gegeven. Ook op latere leeftijd valt een meer actie-georiënteerde instelling aan te leren’, zegt Sander Koole, sociaal psycholoog aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij maakte een Nederlandse versie van de onderzoeksmethode van Kuhl waarmee valt te meten of iemand toestand- of actie-georiënteerd is.
‘Je kunt je wilsfuncties leren inzetten in een sociale omgeving. Veel hangt namelijk af van de steun die je ontvangt van mensen om je heen.’ Je kunt bijvoorbeeld zorgen dat je omgeven bent door vrienden of collega’s die inzien en prijzen dat je goed bezig bent. Dat is een soort vervanging voor of aanvulling op stimulerende ouders.
Belangrijker is dat er een conditionering nodig is om te zorgen dat je ergens voor gaat en doorzet. ‘Waar het om draait is dat je bepaald gedrag associeert met een prettig gevoel’, legt Koole uit. ‘Zodra je wordt beloond, bijvoorbeeld door een compliment, voel je je goed. Daardoor ben je geneigd het gedrag dat je zo’n goed gevoel gaf, later te herhalen.’

 
Maar je moet daarbij op twee dingen letten. Koole: ‘Beloning werkt pas op het moment dat je jezelf hebt overwonnen.
Ouders kunnen hun kind wel meteen prijzen als het een schoolboek pakt. Maar het is beter om het te belonen zodra het kind ook echt een lastige rekensom heeft opgelost waarvan het zelf dacht dat nooit te kunnen. Als je voor die prestatie wordt beloond (door een ander of door jezelf) kun je de angst kwijtraken en trots zijn dat iets is gelukt.’ Bovendien moet de beloning snel plaatsvinden, liefst direct na de handeling. ‘Als dat binnen 800 milliseconden gebeurt stijgt de hoeveelheid dopamine in je hersenen aantoonbaar. Daarmee stijgt ook je goede gevoel.’

Je kunt zelf je emoties reguleren zodat je in staat bent tot bepaalde handelingen. Door bijvoorbeeld jezelf te motiveren op momenten dat je met minder leuke dingen bezig bent omdat ze nu eenmaal een ander doel dienen. Want zere knieën tijdens het hardlopen staan in het teken van de kick na de finish van die aanstaande hardloopwedstrijd. Zo’n houding maakt het makkelijker om door te gaan na een tegenslag. Ook in lastiger gevallen. Koole: ‘Relativeren helpt natuurlijk ook. Saai werk opfleuren door er iets leuks bij te fantaseren bijvoorbeeld.’

Kun je eigenlijk ook té actie-georiënteerd zijn? ‘Nee,’ zegt Koole. ‘Het gevaar voor volharding op het verkeerde moment of vasthouden aan iets onbereikbaars ligt juist niet op de loer als je gericht bent op actie. Dankzij je flexibele en actieve houding kom je niet in zo’n situatie terecht. Je bent bijvoorbeeld al weg uit een relatie die steeds slechter wordt, op naar iets nieuws.'


Tour de Force
Jan Dick Bruijne weet als geen ander dat je zelf actie moet ondernemen om ergens te komen. Letterlijk, in zijn geval. Hij al 5 jaar bezig met de voorbereiding van een lange rondreis door Zuid-Europa. In december vertrekt hij met de bestelbus die hij via eigen fondsenwerving kon kopen en heeft laten ombouwen tot een aangepaste camper inclusief rolstoellift en tillift waarmee hij in bed kan komen. 10 vrienden zullen bij toerbeurt met hem meereizen als chauffeur en verzorger.

De kracht van Jan Dick? ‘Ik stel telkens nieuwe doelen en probeer me niet te laten afleiden door valse beweegredenen of emoties. Ik onderzoek alles om te ontdekken hoe ik zo min mogelijk last heb van mijn tekortkomingen.’


Af en toe relaxen
Sociaal psycholoog Sander Koole van de Vrije Universiteit Amsterdam onderzoekt sinds 2000 intensief hoe het komt dat mensen actief en zelfsturend zijn. Toch vindt hij die houding niet per se zaligmakend.
‘In onze maatschappij lijkt een voorkeur te bestaan voor actie-oriëntatie.’ Schouders eronder en hup doorgaan. Winnaars zijn helden, tobben en piekeren passen niet in het Westerse culturele ideaal.
‘Maar’, zegt Koole, ‘mensen die toestand-georiënteerd zijn hebben vaak een hoofd vol ideeën. Wie weet waartoe een rusttoestand of een pauze allemaal kan leiden later. En even iets loslaten kan iets heel waardevols opleveren. Misschien onderschatten wij passiviteit wel schromelijk. Sportteams met een of meer toestand-georiënteerde spelers functioneren beter. Hoe dat komt weten we niet, misschien ontstaat er een balans in het team dankzij die verschillen.’


Zin of onzingeving?
De manier waarop je reageert op tegenslagen hangt voor een groot deel af van je levensfilosofie. Dat zegt cognitief psycholoog Bernhard Hommel van Universiteit Leiden.
‘Vind je bijvoorbeeld dat het leven een bepaalde zin heeft dankzij geloof of een andere levensovertuiging, dan kun je daar steun uit halen als het tegenzit.
Het nadeel als je gelovig bent kan zijn dat je lang blijft stil staan bij de vraag waarom het jou nu toch weer moet overkomen dat je band lek is. Dat kan je belemmeren jezelf weer bijeen te rapen en door te gaan na een tegenslag.’
Wie met een natuurwetenschappelijke benadering in het leven staat zal daar minder last van hebben. ‘Dan mis je misschien de steun van een hogere macht. Maar je zult je ook minder afvragen waarom iets niet lukt. Dan zal het uitblijven van een verklaring je dus ook niet belemmeren. Want als alles toeval is neem je een situatie zoals die is. Je accepteert wat er is gebeurd en bedenkt vooral hoe je nu verder moet.’

 
Slimme topsportertjes
70 procent van de jonge topsporters zit op de havo of het vwo. Zowel op het sportveld als in de klas kunnen aankomende talenten dus doelgericht leren. Hoe komt dat? Dat vroeg Chris Visscher zich af, hoogleraar bewegingswetenschappen aan de Rijksuniversiteit Groningen.
De goede resultaten hebben te maken met het vermogen tot zelfregulatie, constateert Visscher in zijn proefschrift over dit onderwerp. ‘De sportieve leerlingen focussen zich alleen op dingen die van belang zijn en die bijdragen aan hun prestatie. Ze negeren verstorende elementen.’
Zelfregulatie betekent in dit geval pro-actief deelnemen aan het eigen leerproces. Als je zelf ziet hoe je je prestaties kunt verbeteren en zelf gemotiveerd bent, is het leren een stuk makkelijker. Belangrijke factoren zijn goede planning, monitoring, evaluatie en reflectie. Op zulke eigenschappen worden topsporters dan ook getraind.
Visscher: ‘Wie zelf in staat is een doelstelling en daartoe benodigde inspanningen te bepalen, wie zelf in staat is om te zien of een handeling goed of fout is, wie zelf een proces kan evalueren en zelf in staat is zichzelf daarin kritisch te volgen, die zal op het hoogste niveau kunnen presteren.’


Svens mentale veerkracht
Sporten is soms slikken en doorgaan. Daar weet schaatser Sven Kramer alles van. Heel Nederland zag hem tijdens de Olympische Spelen in Vancouver een verkeerde baanwissel maken op aanwijzing van coach Gerard Kemkers. Weg gouden plak.
Woest was Kramer, Kemkers was op zijn beurt schuldbewust. Een akelige situatie voor beide heren. Maar al snel stelde de jonge Friese schaatser dat ‘we’ een fout hebben gemaakt.
Daarmee nam hij de verantwoordelijkheid voor de baanwissel ook op eigen schouders. Hij liet zien dat hij over een enorme mentale veerkracht beschikt. Hij was boos, verwerkte de teleurstelling en traint nu hard voor het nieuwe schaatsseizoen.

 

Acteur op wielen
De Amerikaanse acteur Chistopher Reeve speelde in 1978 de rol van Superman, de man die alles kan met zijn rode cape.
Toen de acteur in 1995 na de val van een paard volledig verlamd raakte werd hij het boegbeeld voor mensen met een dwarslaesie. Hij richtte het Christopher and Dana Reeve Paralysis Resource Center op dat zich inzet voor een onafhankelijk leven voor verlamde mensen.
Hij speelde in zijn rolstol in verschillende films en regisseerde zelf een film over een verlamd meisje. Hij overleed in 2004 aan de gevolgen van zijn verlamming.


Bewust van je brein
Om te weten hoe je reageert in verschillende situaties, is het handig te weten hoe de werking van je hersenen en je handelen samenwerken.
Positieve beloning beïnvloedt direct het functioneren van je brein. Als iemand je complimenteert zet je brein je aan tot intuïtief gedrag: je durft je gevoel te volgen wat kan leiden tot gewaagd, nieuw gedrag.
Bij het uitblijven van beloning of een goed gevoel zal je meer op een veilige, behoudende koers varen. De kans op vernieuwende successen is dan laag. Met deze informatie weet je dus dat je gevoel van invloed is op je handelen.
Bij een gebrek aan positief gevoel zit er niets anders op: actief op zoek naar ervaringen die een positief effect hebben op je stemming en dus ook op je gedrag.