Het geluid van de stilte

Echt dood- en doodstil? Dat is het eigenlijk nooit. We horen constant verkeerslawaai en mensen. Voor absolute stilte moet je naar een vulkaankrater. Maar zelfs daar hoor je iets. En dat klinkt best eng.

 

Vier auto’s. Negen vogels. Eén vliegtuig. Eén tractor. In zogeheten stiltegebieden kan je gedurende tien minuten zomaar het geluid van al deze passanten horen.

Dat klinkt niet echt als stil. Terwijl het de bedoeling is dat het in de krap honderd officieel aangewezen stiltegebieden in ons land toch echt een beetje stil is.
Maar loop zelf maar eens door zo’n stiltegebied, bijvoorbeeld in de weilanden bij Langbroek in de Provincie Utrecht of in de Waterleidingduinen in Noord-Holland. Je hoort altijd wel verkeer of iemand die met een kettingzaag in de weer is.
‘Tenminste vijfentwintig procent van de tijd is ook in stiltegebieden menselijk geluid te horen,’ zegt Frits van den Berg, adviseur stilte en geluid van de GGD in Amsterdam.
‘De stiltegebieden in de Waddenzee uitgezonderd, want daar is het echt stil.’ Hoe stil is stil daar? ‘Je hoort op de Wadden altijd wel zo’n 35 decibel geluid dankzij de wind.’


Stilte maakt dus geluid. Alleen ervaren we natuurlijk geluid als stilte. We associëren natuur met rust en bijbehorend geluid zoals ruisende beekjes of wuivende struiken ervaren we daardoor niet als storend.
Natuurlijke geluiden in een bos overstemmen de menselijke geluiden die ook wel aanwezig zijn maar zacht genoeg klinken. Goed, als een auto passeert is dat even een verstoring van de rust. Maar daarna is het weer ‘stil’.
‘De betekenis van geluid is bijna belangrijker dan het niveau van een geluidsbron,’ legt Frits van den Berg uit. ‘Ik hoorde een verhaal van mensen die op vakantie in Portugal in het donker arriveerden op de camping. Ze baalden van het geraas van de snelweg pal naast de camping, maar ze waren blij dat ze eindelijk konden slapen. ’s Ochtends bleek het geraas afkomstig van de branding. Ze stonden vlakbij zee!’
Het geluid van de branding en van verkeer op een snelweg op een afstand van zo’n 500 meter lijkt erg op elkaar. ‘Toen die kampeerders eenmaal wisten dat ze de zee hoorden was de hinder van het geluid op slag voorbij. Terwijl het geluid hetzelfde was.’


Het gerinkel van glazen en gepraat van de gasten van het café of terras beneden stoort eerder dan het geluid dat je gezin of je stereo in de huiskamer produceert. Terwijl het geluidsniveau van beiden gelijk kan zijn.
Frits van den Berg: ‘Horeca blijkt vaak een bron van lawaaioverlast. Terwijl stedelingen de aanwezigheid van cafés en restaurants juist ook waarderen, ze maken de stad een bruisende leefomgeving. Maar als je in huis geluiden hoort van buitenaf die je niet zelf onder controle hebt, worden ze storend.
Mensen willen binnenshuis rust. Toch werd bijvoorbeeld het lawaai van massale evenementen op het Museumplein best getolereerd door omwonenden. Totdat er meer lawaaiige evenementen plaatsvonden dan de zes keer per jaar waarmee omwonenden vooraf hadden ingestemd.’ Dan wordt een drempel overschreden waarna het geluid wordt ervaren als teveel lawaai.

GGD-onderzoek uit 2008 wijst uit dat mensen die geluid als prettig en levendig ervaren niet op zoek gaan naar stilte. Maar wie het geklets of geschuif met stoelen bij het café om de hoek of de buurman hinderlijk vindt, heeft wel behoefte aan stilte.
De stedeling die voor zijn rust naar het platteland verhuist komt bedrogen uit. Die klaagt over tractoren die voorbij komen. Het geraas daarvan past niet in het idee dat we hebben van het rustige platteland.
In een dorp is het niet perse stiller dan in de stad, het verkeer van een doorgaande weg is er dichtbij en dus goed hoorbaar. Ironisch genoeg kan het op sommige plekken in de stad zelfs stiller zijn. Dat komt niet eens doordat het in een binnentuin achter een drukke winkelstraat zo muisstil is, want dat is niet zo.
Maar het contrast tussen beide plekken is zo groot dat we de binnentuin als stil ervaren. Zelfs als op de achtergrond het geluid van scooters, voetstappen en de tram nog hoorbaar is. Scooters en motoren worden overigens als grote stoorzenders ervaren, meer dan auto’s.
‘Waarschijnlijk vanwege hun dreigende karakter,’ meent Frits van den Berg. ‘Hun geluid wekt angst op en dat maakt ze extra hinderlijk.’


De hoeveelheid geluid neemt alleen maar toe, constateert het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Door de toename van mobiliteit en infrastructuur in ons land.
Geluidshinder wekt onrust en stress en dat is niet goed voor de gezondheid. Daarom heeft de overheid die stiltegebieden aangewezen. Het is de bedoeling dat het daar zo stil is dat mensen zich er kunnen laven aan de stilte en de rust. Of vooral aan de afwezigheid van ongewenste prikkels van buitenaf.
Maar als je echt stilte zoekt, kan je het beste naar een gedoofde vulkaankrater gaan. Daar zit je binnen een soort gigantische geluidswal die geluiden van buitenaf weert. En op de kraterbodem gebeurt praktisch niets dat luchttrillingen opwekt die voor ons hoorbaar geluid veroorzaken. Dus daar kan je even lekker bijkomen in de ultieme stilte. Maar zo lekker is dat niet.
‘Zodra het voor ons gehoor doodstil is, gaan we toch geluid horen,’ zegt Frits van den Berg. ‘Dat klinkt vaak als laag gebrom. We horen een brom die alleen in ons hoofd bestaat, een fantoomgeluid. Het bestaat niet echt, het is zelfs niet het geruis van ons bloed of oorsuis. Als mensen dat fantoomgeluid waarnemen ervaren ze dat meestal als onprettig.’ Dat komt doordat het nergens mee is te vergelijken en onbekend is.

Zodra zenuwcellen in de audiocortex, het deel van de hersenen dat geluid verwerkt, niets ontvangen maar toch iets menen te horen, wordt geluid heel vervelend.’ Hoe zit dat? De audiocortex is constant actief, vierentwintig uur per dag, ook tijdens onze slaap. Actieve zenuwcellen vangen geluid op en duiden de afkomst.
Als sprake is van patroonherkenning - de bron van geluid is bekend en levert geen gevaar op - dan krijgen we automatisch het sein veilig door in onze hersenen. Daarom horen we natuurlijk überhaupt: we moeten horen of we veilig zijn. Dat gebeurt onbewust. Zo kunnen sommige mensen prima werken met een muziekje op de achtergrond. Er is dan wel geluid maar dat is niet gevaarlijk.
Ook bij heftige geluiden kunnen we gerust zijn. De geluiden van het schudden en knarsen in een trein worden niet als bedreigend ervaren. Daarom beoordelen we het niet persé als lawaai en kunnen veel mensen prima slapen in een razende intercity.
Als geluid dreigend is kunnen we maatregelen nemen. Bijvoorbeeld niet oversteken omdat je zonder te kijken al hoort dat er een auto aankomt.


De stilte die we wel als prettig ervaren is te vinden in de natuur. De aanwezigheid van water, gras en ander groen roept een stilte op die misschien beter verstilling te noemen is. Die vorm van stilte komt niet zo zeer van buitenaf, maar van binnenuit. Zelfs als het strikt genomen niet echt helemaal stil is. Door de afname van externe prikkels is er ruimte om interne onrust het hoofd te bieden. Dat geeft een gevoel van rust.