Interview Libelle Balance 01/2011

Fotografie © Brenda van Leeuwen

Duurzaam & sociaal wonen

Wonen, bouwen en samenleven kan veel socialer dacht Katja van der Valk. Hoe? Dat wist ze zelf ook niet toen ze 11 jaar geleden een huis zocht. Nu woont ze in Zonnespreng: een duurzame woonwijk in een oude kloostertuin. Samen met de andere bewoners tilde Katja 20 woningen van de grond. “Het is gelukt om wat ik sociaal wilde bereiken, ook uit te drukken in materie.”

 

Vanuit een ruime woning met dito tuin kwam Katja van der Valk na haar scheiding met drie jonge kinderen terecht op een flatje. De buurt vond ze zo deprimerend dat ze op zoek ging naar een andere woonomgeving. Ze bezocht een klooster dat te koop stond alleen was het heel lastig om de woonbestemming daarvan aan te passen. Ook het kasteel waarin ze ruimte kon huren werd het niet, in plaats daarvan kocht ze een rijtjeshuis in een gezellige woonwijk. Maar de kiem van een groots idee was gelegd. Katja: “Ik heb altijd een fascinatie gehad voor mooie woonplekken en gemeenschappelijke woonvormen. Misschien is het een Zoetermeertrauma uit mijn jeugd, maar ik zie in Nederland veel zielloze wijken die uit de grond gestampt worden. De menselijke maat ontbreekt er en dat stoort mij.”

Katja wilde een plek waar ze met anderen zou kunnen wonen en waar ruimte zou zijn voor zowel individuele als gemeenschappelijke woonwensen. “Kijk naar historische hofjes in steden als Utrecht of Haarlem. Daar willen veel mensen dolgraag wonen ondanks dat je er boven op elkaar leeft en alles piept en kraakt en piepklein is. Maar de rozenstruiken tegen de gevel, bankjes voor de deur, mensen om je heen voor een praatje en kinderen die rondrijden op hun fietsjes maken het er heel fijn. Het draait om het samen leven met de buurt.”


Katja wilde zelf zo’n soort woonplek creëren. Het begon allemaal met een briefje dat ze in 1999 op het prikbord hing bij een woningcorporatie. “Ik weet nog precies wat ik schreef: ‘Wie heeft zin om mee te denken over de ontwikkeling van een centraal woonproject?’ Binnen de kortste keren werd ik gebeld en al snel waren we met z’n vijven en spraken we enthousiast elke maand een avond af. Ik wist toen helemaal niet waar ik aan begon.” Katja had juist haar scheiding achter de rug en zat in die tijd nog midden in de drukte van jonge kinderen. Misschien niet het ideale moment om een nieuw avontuur aan te gaan. Maar al snel was er geen houden aan het enthousiasme van het groepje.
“Onze brainstormavonden waren heerlijk, geen idee was te gek. We ontwikkelden gezamenlijk een woonvisie. Wonen in Nederland wordt vaak door anderen bepaald – projectontwikkelaars, gemeenten, corporaties - en wordt vrij praktisch ingevuld. Terwijl wonen in mijn ogen zo veel meer is. De architectuur, de sfeer, het groen, de inrichting van de buitenruimte en de mogelijkheden om je buren te ontmoeten zijn allemaal zaken die invloed hebben op het woongenot. Mensen voelen zich goed als ze in een fijne buurt wonen. Als ze zich met die buurt kunnen verbinden ontstaat werkelijke interactie. We bezochten met ons groepje andere woonprojecten en merkten dat het onderlinge contact daar goed is dankzij gezamenlijke maaltijden of feesten. Het verloop in dergelijke zelfgebouwde buurten is heel laag.”


Hoewel Katja aanvankelijk geen concreet plan had, nam ze haar activiteiten wel van begin af aan serieus. Katja: “Al snel ontstonden momenten waarop ik voelde dat het idee groter werd dan alleen maar een wens in mijn hoofd. Bijvoorbeeld toen we met dat eerste groepje van vijf besloten om een informatieavond te organiseren. Het leek ons leuk om naar buiten te treden met onze ideeën en meer geïnteresseerden aan te trekken. We huurden een klein zaaltje en stuurden een persbericht naar de lokale krant. Daar kwamen vijfenzestig mensen op af! Toen merkten we dat er dus heel veel mensen waren die zoiets wilden.” Een ander overweldigend moment was die keer dat Katja werd gebeld door iemand van de wooncorporatie. “De man vroeg hoe het ging met mijn idee op dat prikbord. De corporatie had nog wat subsidiegeld voor bijzondere wooninitiatieven beschikbaar en kon mij helpen met het opstellen van een aanvraag. Niet veel later hebben we met de startgroep een vereniging opgericht waardoor we een rechtspersoon werden.”

Door dergelijke ontwikkelingen werden Katja en haar groep serieus genomen door serieuze partijen. Stap voor stap kreeg een abstracte wens realistische contouren. Essentieel was het vinden van een stuk grond waarop een aantal woningen kon worden gebouwd. “Iedereen heeft wel een woondroom maar vaak blijft die heel idyllisch. Als je geen plek op aarde krijgt om plannen te realiseren, dan wil het gewoon niet.” Dat het onbegonnen werk leek om midden in een geliefde, dure en behoorlijk dichtbebouwde omgeving een betaalbare locatie te vinden, weerhield Katja en haar groep niet gewoon te gaan zoeken. “Locatieonderzoek leverde dertig vlekjes op de kaart van Driebergen op waarvan slechts twee mogelijk een kans boden. Een van de twee plekken was een stukje bos op het terrein van een klooster. Ik heb gewoon maar een brief geschreven: ‘Geachte Zusters Ursulinen, wij hebben ons oog laten vallen op een deel van uw grond...’ Een zuster belde me op en nodigde ons uit om te komen praten omdat ze ons initiatief bijzonder vond. Een buitenkans.”


Toch duurde het nog ruim twee jaar tot de grond kon worden gekocht. Begin 2003 was het zo ver. Pas in 2006 was de bouwbestemming binnen waarmee de gewenste woningen konden worden gebouwd. “In die periode is zo ongeveer elke procedure tegen ons gevoerd die je maar kunt bedenken. Tot aan de Raad van State toe. We konden dus niet zo maar starten met bouwen.” Sommige potentiële bewoners verlieten ondertussen de groep. “In iedere buurt verhuizen mensen omdat ze een nieuwe partner krijgen of een andere baan. Bij ons gebeurde dat ook, al woonden we er nog niet. Gelukkig kwamen er ook altijd weer nieuwe mensen bij. Waar ik vooral voor waakte was dat er geen ruzie in de groep zou ontstaan. Want eindeloos vergaderen, afwachten en vertrouwen vergt natuurlijk veel. Afscheid nemen is altijd moeilijk, maar is verschrikkelijk als iemand vertrekt vanwege verstoorde verhoudingen. Ik heb me er altijd sterk voor gemaakt te investeren in de onderlinge relaties. Als ik merkte dat mensen ongenoegen hadden of zich niet goed voelden, probeerde ik daar aandacht aan te geven. Gewoon door ze even op te bellen of langs te gaan. Op die manier oog hebben voor elkaar is cultuur geworden in onze groep, gewoon even een bloemetje brengen of samen praten. De huidige voorzitter doet het ook. Het is een hele vruchtbare werkwijze waar je als groep veel voor terugkrijgt.”


De kracht van de groep is het constant streven naar consensus. “Wij spreken alles altijd heel goed door. Te gebruiken bouwmaterialen, het ontwerp, de aan te schaffen installaties, de terreininrichting, de eigendomsvorm, de naam van ons wooncomplex. Wij nemen pas een besluit als alle bezwaren en ideeën van iedereen zijn gehoord en we alle mogelijkheden hebben afgewogen. Dat voorkomt gedoe achteraf en je hoeft eigenlijk nooit te stemmen omdat het besluit in het proces is gerijpt. Een van de senioren van onze groep werd wel eens gek van al dat gepraat. Hij wilde gewoon hup doorzetten. Gelukkig bleef hij wel altijd komen.”
Dit collectief particulier opdrachtgeverschap, zoals het zelf maken van woningen of een buurt heet, kent ook nadelen. “We liepen op een gegeven moment tegen het probleem aan dat we ons plan niet meer konden bekostigen. Zo kostte door de martkontwikkelingen bij aanvang van de bouw mijn eigen huis bijna een ton meer dan ik kon besteden. Ook bij anderen was de financiële rek eruit. Dus moesten we onze plannen herzien en flink bezuinigen. We hebben door de jaren heen veel ideeën moeten omgooien. Ik vind het heel interessant hoe zo veel verschillende mensen met ieder hun eigen karakter en wensen uiteindelijk toch samen tot iets moois komen waar ze allemaal achter staan. Ik denk dat wij een mooie gemeenschapsvorm hebben gevonden waarin ieder individu gewoon zichzelf kan zijn en waarin alle besluiten gezamenlijk worden gedragen.”


Geldt voor het project van Katja dat als je maar hard genoeg je best doet, elke droom kan uitkomen? “Je kunt niet alleen maar dromen, hoe graag ik dat ook doe. Ik ben gelukkig ook heel praktisch en pragmatisch. Je moet starten vanuit een goed idee dat is onderbouwd met een visie en alleen dat doen wat je zelf nog overziet. De risico’s waar wij voor kwamen te staan hebben we alleen genomen binnen heel veilige constructies. We hebben niet meer geïnvesteerd dan ieder voor zich kon missen.
Eén keer heb ik gedacht dat het hele project zou mislukken. En dat terwijl we al heel ver waren. We hadden een jaar lang gewerkt aan het terugdringen van de kosten en hadden juist de bouw aanbesteed aan een aannemer. Toen bleek plotseling dat de gemeente een fout had gemaakt. Daardoor konden wij onze bezuiniging niet doorvoeren en gold onze vergunning alleen maar voor het vorige, veel te dure plan. Ons hele plan dreigde in de afgrond te storten. Met mij erbij. Negen jaar lang had ik zo’n drie dagdelen per week aan dit plan besteed. Dit kon niet waar zijn. We hebben toen een mediaspektakel opgezet om de druk op de gemeente op te voeren. Op de valreep konden we een subsidieaanvraag doen voor onze duurzame maatregelen. De wachttijd van twaalf weken tot de uitkomst van die aanvraag was niet te harden. Ik was bang dat het mis zou gaan. Er heerste één groot faillissement in mijn hoofd. Dat was een heel moeilijke periode. Ik hield mezelf maar voor dat dit blijkbaar een grote leerschool was geweest, maar dat dit niet mijn lot was en dat ik het plan moest loslaten. Een week later kwam het bericht dat we de gevraagde 5,5 ton subsidie kregen en konden we starten met bouwen!”


Zomer 2010 is Zonnespreng opgeleverd. Het woongebouw bevat twintig ecologische woningen met een gemeenschappelijke tuin, een logeerkamer en een centrale ontmoetingsruimte die iedereen kan gebruiken. Alle woningen zijn individueel ontworpen en gebouwd met zo veel mogelijk duurzame materialen en installaties zoals zonnepanelen, zonneboilers en warmtepompen.
“Ik wilde graag iets moois aan de wereld toevoegen met aandacht voor de mens die er woont en leeft. Mij gaat het niet alleen om een dak boven ons hoofd, het project is ook een sociaal en duurzaam experiment om samen met anderen op harmonieuze wijze een eigen woonwijk te realiseren. Zonnespreng vormt het bewijs dat geloof en doorzettingsvermogen kunnen leiden tot een plek waar wonen mooier, socialer en ecologischer kan. Nu weet ik: het kan dus echt. En ik kan het. Samen met de anderen die mij de mogelijkheid hebben gegund om leidende rol binnen het geheel op me te nemen.

In mijn leven heb ik lange tijd gezocht wat ik nou wilde worden en waar ik naartoe wilde. In dit project heb ik heel veel gevonden. Inmiddels begeleid ik in mijn werk ook andere mensen die met elkaar een nieuwe buurt willen bouwen. Zij leren van onze ervaringen en komen weer een stap verder. En de mensen van Zonnespreng voelen voor mij inmiddels als een tweede familie. De verbondenheid met dit buurtje en het commitment naar elkaar is mij echt goud waard.”