National Geographic Traveler

 

Flaneren in Genève

Tussen de expats en de chique winkels ontdekte Traveler een gemoedelijke stad met theesalons vol zoetigheid, spectaculaire uitzichten en een meer om langs te flaneren.
 

Zodra het mooi weer wordt, kan je in en om Genève Ferrari’s tellen. In een sportwagen is het blijkbaar beter toeren met een zonnetje erbij. Van de beroemde auto rijden er in Zwitserland meer rond dan in thuisland Italië of bijvoorbeeld de Verenigde Arabische Emiraten, waar het barst van de gefortuneerde burgers. Het gunstige Zwitserse belastingklimaat en de vredig kabbelende oevers van het Meer van Genève trekken welgestelden van over de hele wereld aan.
Formule 1-coureur en meervoudig wereldkampioen Michael Schumacher liet iets buiten Genève een optrekje bouwen van de miljoenen die hij in zijn circuit-Ferrari verdiende. In de toptien van rijkste inwoners van Zwitserland staan ook IKEA-baas Ingvar Kamprad en de Nederlandse Heineken-erfgename Charlene de Carvalho-Heineken. Het grote geld kan in Genève prima worden uitgegeven. De winkels rondom de rue de la Confédération hangen vol met Prada en Chanel.
 

Maar de bezoeker die iets minder wil besteden, kan er gewoon genieten van de goede sfeer en de frisse berglucht. Om die frisse lucht met volle teugen op te snuiven én in korte tijd een goede indruk te krijgen van Genève, kun je een fiets huren. De stad wordt omringd door de bergen van de Jura aan de Zwitserse kant en de Haute-Savoie aan de Franse kant. Blikvanger Mont Blanc, de hoogste top van Europa, is vanaf hier te zien. Maar in Genève zelf zijn de glooiingen met gemak te overwinnen en de doorzetter kan na een fikse klim genie- ten van de afdaling van de straten van de Vieille Ville. Bij het treinstation zijn twee fietsverhuurbedrijven. Van mei tot oktober kan de liefhebber op drie centrale punten gratis een fiets meenemen. Dankzij aparte fietspaden langs de drukkere wegen kun je ontspannen de stad verkennen zonder te vrezen voor het autoverkeer.
 

Te voet of te fiets, Genève kent verschillende wijken die ieder een heel eigen dynamiek hebben en die de moeite waard zijnom te verkennen. Hoewel de stad een mondaine uitstraling heeft, is de sfeer gemoedelijk. Dat merk je bijvoorbeeld in de Vieille Ville, het historische hart waarvan de oudste resten dateren uit de Romeinse tijd. Op koude dagen ruikt het hier naar haardvuur, op mooie dagen zijn overal de terrassen open en er is nauwelijks verkeer in de kronkelige en steile straatjes. Omdat dit stadsdeel op een bult ligt, biedt bijna elke bocht of trap een prachtig uitzicht over de stad, de bergen en Lac Léman, zoals het Meer van Genève officieel heet. Een mooi uitzichtpunt is het strookje park dat om de hoek ligt bij het schitterende Hôtel de Ville en Café Papon: de Promenade de la Treille. Dit zestiende-eeuwse plateau aan de rand van de oude stad, biedt vanonder de kruin van stokoude kastanjebomen uitzicht op buurland Frankrijk.
 

Voor het spectaculairste uitzicht beklim je de trappen van de torens van de Sint Pieter kathedraal. Sinds 1160 een katholiek bolwerk dat nadat Johannes Calvijn (1509- 1564)erneerstreek,werd ontdaan van allerlei katholieke ornamenten en schilderingen. Zo veel sier paste niet in de leer van Calvijn. In de zestiende eeuw zette hij samen met Luther de Reformatie in gang. Deze hervorming verdeelde de christelijke wereld tot in de kern en riep het protestan- tisme in het leven. Met name in Frankrijk, Engeland en Nederland had Calvijn veel invloed. De van oorsprong Franse Calvijn verspreiddezijngedachtegoedvanuit Genève. Maar hij werd in 1538 verbannen door het bestuur van de zelfstandige stad-staat die Genève op dat moment was. Hij wilde met iets te veel ijver zijn hervormen de ideeën aan alle inwoners opleggen. Toch keerde hij een paar jaar later terug. Hoewel het hem voortdurend strubbelingen opleverde, bleef hij tot aan zijn dood vanuit Genève zijn leer verkondigen. Geïnteresseerden kunnen nu een ware pelgrimstocht maken onder meer langs de kerk en het aangrenzende auditorium waar de theoloog lesgaf, zijn begraafplaats en de Muur van de Reformatie in het Parc Bastion. Meer profane maar niet minder prettige plekken om aan te doen in de Vieille Ville zijn de vele kunstgaleries, antiquariaten en bijzondere boetieks en winkels met hun exclusieve aanbod van sieraden, kleding maar ook keukenspullen of landkaarten. Stap ook even binnen bij de Haute Parfumerie, waar de parfums als in een museum staan uitgestald.
 

Op het Plaine de Plainpalais midden in Genève is het vier dagen in de week markt. Elke woensdag en zaterdag is de marché aux puces, een vlooienmarkt waar de echte snuffelaar tussen de tweedehands kleding en inboedels prachtige tassen, serviezen, schilderijen en glaswerk kan vinden. Elke dinsdag en vrijdag vindt de versmarkt plaats, met natuurlijk heerlijke kazen en worst uit de omgeving. Een stop bij Café du marché met uitzicht op de kraampjes is een aanrader. Hier serveren ze goede koffie en terwijl je de smaakpapillen alvast stimuleert met een stukje oerbrood op een plank en een frisse groene salade, bereidt de kok lichte en smakelijke gerechten voor lunch en diner. De Franse brasserie-formule wordt gewaardeerd door zowel zakenmannen in pak als roddelende buurvrouwen die aanschuiven op de houten stoelen.
Ook in de vele ouderwetse theesalons waar zalige zoetigheden en petits salés smeken om gegeten te worden, kom je een zeer gemengde clientèle tegen. Het is niet alleen een mix van verschillende sociale klassen, maar ook van allerlei nationaliteiten. Zeker veertig procent van de inwoners van Genève is van buitenlandse komaf. Het zijn met name expats, die werken voor de grote internationale organisaties zoals de Verenigde Naties en het Rode Kruis. Wees dus niet verbaasd als in een restaurant, zelfs aan één tafel, alle mogelijke talen door elkaar heen worden gesproken. Bovendien zorgt de ligging van Genève in de uiterste zuidwestelijke punt van Zwitserland, naast Frankrijk en nabij Italië, voor voldoende culinair genoegen.
 

Invloeden van buitenaf zijn ook duidelijk merkbaar in de wijk La Carouge, een voormalig voorstadje van Genève, dat tot 1754 gek genoeg deel uitmaakte van hetkoninkrijk Sardinië. De Sardijnse koning heerste vanuit Turijn en de erfenis van zijn heerschappij is terug te zien in de mediterrane bouwstijl in La Carouge. Daardoor is de sfeer hier aan de andere kant van de rivier Arve, een vertakking van de Rhône, heel anders dan in de rest van de stad. Pandjes met lage gevels, volgepakt met brocante, kunst en lokale specialiteiten worden afgewisseld door hippe kroegjes, ambachtelijke werkplaatsen en lokale farmacies. De mooiste entree naar de wijk loopt via de oude Pont de Carouge. De tram, die het spoor van de antieke paar- dentram volgt, is een comfortabel vervoermiddel vanuit het centrum.

In Les Pâquis stikt het van de bijzondere straten en winkels. Dit is het ‘moderne’ deel van de stad, gelegen om de hoek van de internationale kantoren en vlakbij het uitgestrekte park met de mooie naam La Perle du Lac: de parel van het meer. Maar langs dat meer doet men niet aan scharrelen of struinen. De kades waar het water eindigt en waar de stad begint, zijn plekken om te flaneren. Langs glorieuze hotels die pronken met hun salons met uitzicht over het water en met het aantal staatslieden in hun gastenboek. En gelijk hebben ze. De ligging van deze hotels in het bijzonder en van de stad in het algemeen, is wat Genève zo speciaal maakt. Veilig beschermd door de bergen, maar met een weids uitzicht over het water. Met de Rhône als krachtige waterstroom die het meer, en daarmee ook de stad lijkt het, constant voorziet van frisse energie. De sfeer is vriendelijk als in een wintersportplaatsje. En tegelijkertijd is dit een wereldse stad en een goede plek voor wie liever bergen ziet dan wolkenkrabbers.