Quest 08/2010

Dromende durfals

In dromen en hallucinaties vinden surrealistische kunstenaars hun inspiratie. De surrealisten zetten zich af tegen de gevestigde orde en de kleinburgerlijkheid die Europa tekent rond 1920. Met hun ontregelende kunstwerken en dito gedrag ontketenen ze vanuit Parijs een culturele revolutie.

 

André Breton (1896 – 1966)
Wie? Je afzetten tegen wat al bestaat is begin 20e eeuw in. André Breton doet dat volop door niet de arts te worden waar zijn familie van droomt. Hij wordt dichter, maar ook niet zo maar een. Klassieke kunst is volgens hem te veel een weergave van de realiteit. Die traditie die brave landschappen en gedichten voortbrengt wil hij doorbreken. Kunst moet een persoonlijke uiting zijn van de kunstenaar die een werk produceert. In plaats van bekoorlijke gedichten te maken schrijft Breton gedichten die onaangenaam zijn doordat ze geen ritme of muzikaliteit bevatten. En hij zet zich publiekelijk af met tegendraadse optredens, aanvankelijk als dadaïst. Zo organiseren de dadaïsten een Bach-concert waar iedereen zich op het podium begint uit te kleden. Tot grote ontsteltenis van het publiek. Maar deze belachelijkmakerij van kunst met een grote K, is Breton toch te anarchistisch. Daarom richt hij een nieuwe stroming op: het surrealisme.
Wapenfeit? Breton wordt de grote roerganger van de surrealisten die rond 1920 overal vandaan naar Parijs komen en een groep vormen. Zijn kracht ligt in het organiseren en bijeenbrengen van kunstenaars. Doel is bestaande conventies en het gezond verstand waarop de ouderwetse burgerlijke opvattingen zijn gebasserd te verwerpen. En om de cultuur nieuw leven inblazen na de verwoestende Eerste Wereldoorlog (1914-1916).
Obsessie? Mensen met (zwaar) afwijkende geestesgesteldheid interesseren Breton mateloos. Als hospik raakt de jonge André Breton tijdens die oorlog voor altijd gebiologeerd door het gestoorde gedrag van zijn patiënten die van het slagveld worden binnengedragen en psychisch totaal verknipt zijn. Breton verdiept zich in de sociale wetenschappen, met name in de psychoanalyse die Sigmund Freud (1856-1939) ontwikkelt. Vervolgens laat hij zijn medische carrière voor wat die is en richt zich op de kunsten. Kunstenaars moeten volgens Breton actief hun onderbewuste onderzoeken.
Surrealistisch hoogstandje? Breton zet de surrealisten aan de onderdrukte emoties en verlangens die in het onderbewuste sluimeren te verbeelden in hun werk. Ecriture automatique is daarvan een belangrijk voorbeeld: schrijven zonder vooropgezet plan. Niet nadenken maar intuïtie volgen en zo beelden uit het onderbewuste of uit dromen zo zuiver mogelijk vertalen naar tekst. Bovendien schrijft Breton in 1924 het Eerste Surrealistische Manifest; een soort handboek voor de kunstenaars en een vernieuwde versie daarvan in 1930. Bretons dichtwerk is niet onverdienstelijk. Maar zijn belangrijkste bijdrage ligt vooral in zijn functie als intellectueel leidsman en spreekbuis van de surrealisten. Breton neemt zijn taak uiterst serieus. Met als gevolg dat veel groepsgenoten ruzie met hem krijgen en de groep vroeg of laat (moeten) verlaten.
Hallucineren onder invloed van geestverruimende middelen. Of slaapgebrek opbouwen door nachten lang doorhalen. Aangemoedigd door Breton zoeken surrealistische kunstenaars op alle mogelijke manieren contact met hun onderbewuste. Wat dan opborrelt verwerken ze in hun teksten, beeldhouwwerken, schilderijen of installaties.


René Magritte (1898-1967)
Wie? De Belgische schilder René Magritte lijkt hyperrealistische schilderijen te maken. Maar die ogenschijnlijk realistische weergave van de werkelijkheid zit vol merkwaardigheden. Dat spel met de werkelijkheid zie je terug in Magrittes gehele oeuvre en is wellicht terug te voeren op zijn jeugd. Zijn moeder verdronk zich in een rivier. De 14-jarige Margritte zag hoe haar lichaam uit het water werd gehaald, haar nachtjapon zat om haar hoofd gewikkeld. Deze harde werkelijkheid verwerkt hij volgens kunstkenners veelvuldig in zijn kunst. Zo zitten de man en vrouw die elkaar zoenen op het schilderij De geliefden eveneens verstrikt in doeken. Daardoor krijgt de liefdevolle scène iets onheilspellends.
Wapenfeit? Ceci n’est pas une pipe… de tekst is wereldberoemd en afkomstig van Magritte. Op het schilderij met de eigenlijke titel Verraad van beelden, schrijft Magritte: Dit is geen pijp… Terwijl het enige dat we zien op het schilderij toch echt een pijp is. De boodschap van de schilder is dat de kijker gewoon een schilderij ziet: olieverf op doek dus. De pijp mag echt lijken, maar alleen een echte pijp is echt. En zelfs de afspraak dat we dat ding met zijn allen een pijp noemen wil Magritte ter discussie stellen.
Obsessie? Alarmeren, dreigen, provoceren en verwarren. En Magritte doet het in al zijn werk. Vragen oproepen en verwarring zaaien is zijn missie. Dat doet hij heel subtiel. Want de taferelen die hij schildert lijken eenvoudig en zijn vaak sober van kleur en compositie. Maar vanaf het saaie stilleven van een eettafel staart een oog in een plak ham de toeschouwer aan. Of een doek lijkt harmonieus en vredig, zoals het portret De boom. Maar onder in de boomstam zitten luikjes waarin voorwerpen zitten verstopt die verraden dat het leven toch zeker niet enkel uit vreugde bestaat.
Surrealistisch hoogstandje? Alledaagse voorwerpen en onderwerpen ontdoen van hun gewone, algemeen geldende betekenis. Daar beginnen de dadaïsten mee. Zo zendt Marcel Duchamp een doodgewone pisbak in als kunstobject voor een tentoonstelling. Een revolutionair gebaar in 1917. Op deze aanpak baseren de surrealisten hun werk. Magritte borduurt er dankbaar en vakkundig op voort. Door de technisch perfecte weergave van hele gewone zaken lijken zijn landschappen, mensen en voorwerpen zeer realistisch. Maar de iris van een oog dat net echt is vult hij in met een al even echte blauwe lucht met wolken. Die combinatie werkt ontregelend.
Een man kijkt in een spiegel, dat is toch niet zo gek? Nee. Maar de man ziet niet zijn gezicht maar zijn achterhoofd weerspiegeld. Dat kan niet. De Belgische schilder René Magritte keert vaak dingen om of combineert dag- en nachtlicht in één en maakt zo het gewone heel erg ongewoon.

 

Francis Picabia (1879-1953)
Wie? Een minder bekende naam dan die van andere surrealisten als Joan Miro en Salvador Dalí. Toch is de Franse kunstschilder Francis Picabia van groot belang voor het surrealisme, dat als ontregelende kunststroming de weg vrij maakt voor de moderne 20-ste eeuwse kunst. In tegenstelling tot veel andere surrealisten heeft Picabia veel geld, hij is van goede komaf. Picabia is door zijn voortdurend veranderende stijl nauwelijks in één hokje te plaatsen.
Wapenfeit? Hij is mede verantwoordelijk voor de overgang van het Dadaïsme naar het surrealisme. Kunstenaars als André Breton en Louis Aragon voelen zich aanvankelijk aangetrokken tot het Dadaïsme. Maar net als Breton heeft Picabia moeite met het afwijzen van kunst zoals de Dadaïsten doen. Met zijn experimenten op het schilderdoek en variaties met materialen en onderwerpen toont Picabia hoe de kunst zelf is in te zetten om de ontregelende boodschap over te brengen. Namelijk door nieuwe technieken te gebruiken. Of door met kunst volkomen andere reacties op te roepen door niet schoonheid te tonen en te herhalen maar door met kunst te shockeren. Met deze uitgangspunten in handen kunnen de nieuwe baanbrekende kunstenaars breken met het Dadaïsme en starten met het surrealisme.
Obsessie? Vrijheid! Picabia verandert net zo snel van blitse auto’s als van stijl. Van het Impressionisme via het Fauvisme naar het Kubisme, het Dadaïsme en het surrealisme. Telkens is hij een voorloper, Picabia laat zich niet vastpinnen op één ding. Als de stroming waartoe hij behoort vaste vormen lijkt te krijgen of hem niet meer aanstaat, breekt hij ermee. Zo blijft hij vrij in zijn denken en doen en laten. Zijn financiële onafhankelijkheid komt zijn maximale streven naar vrijheid goed van pas.
Surrealistisch hoogstandje? De relatie tussen tekst en beeld is van groot belang voor de surrealisten. Picabia levert daaraan een grote bijdrage. Zo schildert Picabia een mechanisch apparaat waarin de kijker niet veel meer kan zien dan een groen wiel met scharnieren en pinnen tegen een bruine vlekkerige achtergrond. Maar door het doek de titel Moederloos geboren meisje te geven, geeft Picabia het kil aandoende voorwerp een totaal andere, menselijke lading. De angst voor industrialisatie is nog groot in de tijd van de surrealisten. Maar Picabia is machtig geïnteresseerd in alle nieuwe machinerieën. Door gebruikelijke vormen, bijvoorbeeld een portret van een vrouw, te vervangen door nieuwe mechanische vormen haalt hij bekende waarden bij het publiek onderuit.

[bijschrift bij afbeelding van De lucifervrouw II van Francis Picabia] Vrouwen terugbrengen tot mechanische vormen, collages maken door voorwerpen op doeken te plakken. Francis Picabia past voor zijn tijd verregaande methodes toe. Door diverse stijlen te proberen kan hij ze ook mengen. Zijn werk heeft vaak een lichtvoetige of humoristische uitstraling. Maar het bevat altijd een kritische, dreigende of boze ondertoon.


Salvador Dalí (1904-1989)
Wie? De Catalaanse kunstenaar Salvador Dalí geniet net als de andere surrealisten een klassieke opleiding. Al jong valt hij op door zijn tegendraadse gedrag. Hij haalt zijn examen aan de academie in Madrid bijvoorbeeld niet doordat hij zijn docenten van onvoldoende kwaliteit acht om te fungeren als zijn examinatoren.
Wapenfeit? Dalí is zelf een soort levend, surrealistisch kunstwerk. Hij noemt zichzelf consequent een genie en behalve dat hij kunstwerken in alle vormen en maten produceert gebruikt hij zijn lichaam en verschijning om op te vallen en zich uit te drukken. Als hij ergens een lezing geeft arriveert hij in een zelfgemaakte watertaxi waarin het regent uit het dak. Of omdat hij een nieuwe techniek heeft ontwikkelt waarbij hij verf op een doek schiet verschijnt hij met een geweer.
Obsessie? Zijn vrouw Gala. In zijn twintiger jaren heeft Dalí last van neurotische lachbuien. Maar zodra hij in Gala de liefde van zijn leven ontmoet weet hij - of eigenlijk zij - zijn gekte enigszins te kanaliseren. De van oorsprong Russische Gala wordt zijn muze, manager en echtgenote. Als hij een vrouw portretteert is het bijna altijd Gala, ook als hun liefde op hogere leeftijd bekoeld raakt. Gala introduceert Dalí bij de surrealistische kring in Parijs. Zonder haar was hij naar eigen zeggen een Catalaanse provinciaal gebleven.
Belangrijkste bijdrage aan het surrealisme? Zijn paranoïde-kritische interpretatie van de werkelijkheid, zoals Dalí zijn werkwijze zelf noemt. Dat houdt in dat Dalí zijn eigen, vaak waanzinnige dromen, buiten zijn slaap nog op zijn netvlies houdt en al schilderend projecteert op zijn schilderdoek. Bizarre en onmogelijke verschijningen en gebeurtenissen worden zo concrete beelden die hij met een haast fotografische precisie afbeeldt. Dalí komt hiertoe via de droomanalyse van Sigmund Freud. Daarmee valt volgens de Oostenrijkse arts de verwarde geest beter te verklaren en te beheersen. De geschilderde droombeelden zijn ongecensureerd en de symboliek druipt ervan af. Dalí beeldt op het Het duistere spel onder meer een man af die zichtbaar staat te poepen. Met dergelijke symbolen, vaak erotisch getint, stelt Dalí zaken als schaamte, angst, seksuele remmingen of obsessies aan de orde. Zelfs nadat Dalí na 2 door Breton tegen hem georganiseerde ‘processen’ verstoten wordt uit de groep, blijft Dalí een belangrijk ambassadeur van het surrealisme. Met name in de Verenigde Staten, waar Dalí enkele jaren woont en werkt en het grote publiek definitief bekend maakt met de revolutionaire beweging.


Salvador Dalí weet taboes die zelfs binnen de vrijgevochten groep surrealisten omstreden zijn omver te halen. Door zoals op ‘Het duistere spel’ uitwerpselen te tonen. Of hij maakt een erotisch getinte afbeelding van de Russische communistenleider Lenin.