Interview Parool 18/02/2011

Fotografie © Koen Wessing/IISG

 

Machtig dankzij drukpers

 

Via stencils, pamfletten, tijdschriften en posters verspreidde Rob Stolk (1946-2001) zijn anarchistische ideeën over het Amsterdam van de jaren zestig. Dochter Marieke Stolk eert de mede-oprichter van Provo met een tentoonstelling.

 

‘De drukpers van mijn vader reisde constant ondergronds door de stad, van plek naar plek. Zodat illegale teksten niet onderschept konden worden door de autoriteiten. Zonder drukwerk zou van de Provo-beweging niets zijn overgebleven,’ zegt ontwerper en medesamensteller van de tentoonstelling 2 or 3 things I know about Provo die vanaf 17 maart is te zien in galerie W139. De tentoonstelling is niet alleen een eerbetoon aan Rob Stolk. Maar ook aan zijn drukwerk dat overal in de stad belandde. Marieke: ‘Print is iets dat blijft bestaan.’ Amsterdam was voor Rob bepalend als onderwerp, als werkveld en als woonplaats. De inrichting van de tentoonstelling is daarom een soort vereenvoudigde weergave van de stad. Met opgeblazen iconen van de vele uitgaven waarmee Stolk en andere Provo’s opriepen tot verandering van de gevestigde orde.

Het idee voor de tentoonstelling komt voort uit de belangstelling voor de Amsterdamse kraakgeschiedenis van Tim Voss. W139, de galerie aan de Warmoesstraat waarvan de uit Duitsland afkomstige Voss sinds vorig jaar directeur is, is immers begonnen als kraakpand. Voss stuitte op Rob Stolk, geestelijk vader van de Provo-beweging die tijdens haar tweejarig bestaan tussen 1965 en 1967 het establishment graag en doeltreffend provoceerde. Later van Koöperatief Woningburo De Kraker. Voss vroeg grafisch ontwerper Marieke Stolk een tentoonstelling te maken over het werk van haar vader.

Marieke Stolk vormt samen met Danny van den Dungen en Erwin Brinkers het ontwerperstrio Experimental Jetset. Samen werken ze al jarenlang aan een zowel twee- als driedimensionaal oeuvre op het gebied van grafisch ontwerp. Het was vanzelfsprekend om het historische spoor dat haar vader door de stad trok te portretteren in samenwerking met haar twee counterparts. De drie praten in meervoud, denken in meervoud en werken in meervoud. Ze kennen elkaar al ruim twintig jaar, nog voordat ze aan de Rietveld academie studeerden. Danny en Erwin hebben samen met Marieke bij Rob in de drukkerij gewerkt.

Bijna in koor vertellen ze over hun zoektocht door meters archiefmateriaal en de gesprekken met getuigen en medestanders van Rob uit de jaren zestig en zeventig. ‘Wij vormen nu een soort brug tussen de ‘papieren’ generatie van Rob en de ‘digitale’ generatie die na ons komt.’ Boeken van Harry Mulisch en Robert Jasper Grootveld liggen naast allerlei ander leeswerk opgestapeld op een tafel die tijdelijk dienst doet als Provo-bibliotheek.

Marieke laat een foto zien van haar moeder Sara Duys-Stolk toen zij rond de twintig was. Een hond die de orde moest helpen bewaken tijdens een demonstratie had in haar jurk gegrepen. Een flinke scheur in de fleurige jaren zestig mini-jurk toont de blote billen van Sara die in het straattumult wegloopt van de fotograaf. Een even vrolijk als opruiend beeld.


Met zijn drukwerk heeft Rob Stolk een indrukwekkende erfenis achtergelaten, in maart is het tien jaar geleden dat hij overleed. Marieke: ‘Rob zei wel eens dat hij eigenlijk kunstschilder had willen worden. Maar het activisme maakte van hem een drukker.’ De drukpers gaf hem de onafhankelijkheid om zijn eigen keuzes te maken en beslissingen te nemen. En niet te vergeten om zijn eigen geld te verdienen, aanvankelijk vooral om zijn anarchistische activisme te kunnen bedrijven. Hij begon ermee uit noodzaak en als nevenactiviteit. Als tiener met het anarchistische tijdschrift Barst, een eenmalige uitgave.
Daarna was Stolk als activist en drukker betrokken bij de ludieke Witte Plannen, zoals het Witte Fietsenplan, een voorstel voor gratis fietsen voor alle stadsbewoners. Met een zelfgetekend en -verspreid pamflet hief Rob Stolk de mede door hem en Roel van Duyn opgerichte Provo-beweging in 1967 alweer op. Een huis van baksteen scheurt in tweeën en stort in, het opschrift zegt 'destruktie is konstruktie' en 'oproep tot permanente revolutie'.
Na de Provo-beweging volgden diverse krakershandleidingen voor degenen die hun eigen oplossing zochten voor de woningnood in de stad. Stolk legde zich tot 1975 toe op het op het vervaardigen van actiedrukwerk tegen de dreigende afbraak van de Jordaan en de Nieuwmarktbuurt. Hij was van 1978 tot 1983 hoofdredacteur van Tand des Tijds. Het blad was vormgegeven als luchtpostbriefpapier en bevatte historische artikelen en knipsels over de monarchie en de tweede wereldoorlog, door de redactie in een krities/satieriese context geplaatst.


Het drukwerk was zijn spreekbuis en daardoor was Rob Stolk behalve drukker eigenlijk ook auteur. De thema’s die hij behandelde vormden zijn signatuur. Die thema’s en de manier om drukwerk gebruiken als uitingsvorm zijn herkenbaar voor Marieke Stolk en haar collega’s. Marieke: ‘Als grafisch ontwerper word je vaak gezien als dienstbaar instrument. Zo werd Rob werd wel weggezet als iemand die ‘slechts’ de drukpers bediende. Terwijl binnen die dienstbaarheid juist veel gradaties mogelijk zijn van auteurschap.’ De jonge Rob Stolk mocht bekend staan als relschoppende anarchist die meermalen werd aangehouden door de politie, hij was vooral sterk overtuigd dat er iets mis zat in de verhouding tussen bestuurders en het volk.
Erwin: ‘Rob en andere provo’s hebben een kentering teweeg gebracht in de manier waarop werd gedacht over autoriteit en beleid.’ De Provo’s verzetten zich tegen de zienswijze die de jaren vijftig typeerde; in het teken van de vooruitgang moest iedereen zijn eigen woning met tv en wasmachine, tuin en schuur krijgen. Liefst in woonwijken te Purmerend. Het oude stadscentrum moest tegen de vlakte om kantoornieuwbouw mogelijk te maken. Met hun lawaaiige protesten streden de provo’s voor inspraak, behoud van historische wijken met ruimte voor sociale huisvesting en autovrije straten waar kinderen konden spelen. Danny: ‘Provo gaf een speelse injectie in de samenleving, gericht op verandering en autonomie. Daardoor bleef de grimmige sfeer uit zoals die in Duitsland ontstond na gewelddadige aanslagen door RAF-rebellen.’ De thema’s die de Provo’s bevochten zijn leidraad gebleven voor latere acties. Niet alleen in het leven en werk van Rob Stolk, maar ook in dat van zijn dochter en haar collega’s. De manier waarop het drietal fragmenten uit de Provo-archieven selecteerde en presenteert, is daar een weerslag van. Bovendien herkennen ze het gedachtegoed van de vorige generatie. Het zit verankerd in hun werkwijze. Danny: ‘Wij doen bijvoorbeeld principieel niet mee aan zogeheten ‘pitches’, een soort competitie waarbij verschillende ontwerpbureaus ieder met een voorstel meedingen naar een opdracht. Die werkwijze staat haaks op ons idee dat je samen vanuit een gelijkwaardige dialoog onderzoekt wat de vraag is en hoe je daar een passende oplossing voor vindt.’

Marieke vindt het schokkend hoe verworvenheden van toen verloren zijn gegaan. ‘Kraken is inmiddels verboden maar onder studenten en andere jonge mensen bestaat nog altijd een groot tekort aan woonruimte. En cultuur is opnieuw het ondergeschoven kind, net als veertig jaar geleden. Wij hebben onlangs meegedaan aan een studentendemonstratie tegen de voorgenomen kabinetsbezuinigingen. Een indrukwekkende gebeurtenis En koud! Ik ben inmiddels de veertig gepasseerd, op die leeftijd stond mijn vader ook niet meer op de barricades maar faciliteerde hij vooral anderen om hun ideeën uit te dragen via zijn drukkerij. Ik vind het mooi hoe mijn vader altijd dingen mogelijk wilde maken. Hij richtte zich op de samenleving en iedereen kon bij hem terecht. Net als Rob identificeren wij ons met ons werk, via beeldtaal kunnen we onze ideeën het beste uiten.’