Quest november 2010

Fotografie © Amber Beckers

hier een link naar de pdf waar je op kunt klikken

 

Stress in de supermarkt

Een frikandel gaat er nog steeds goed in bij Roland Duong. De maker van het programma Keuringsdienst van Waarde heeft namelijk ontdekt waarvan die snack nou echt wordt gemaakt. In zijn boek Supermarktparadijs onderzoekt hij de motieven van ons consumptiegedrag.

 

Als Roland Duong zijn karretje door de supermarkt duwt, kan hij niet meer ongestoord broccoli, chips of luiers voor zijn dochtertje inladen. Van alle kanten wordt hij belaagd door vreemden. ‘Wat moet ik nou kopen?’ vragen ze wanhopig. ‘Hebben de kippen van de kipfilets wel een goed leven gehad? Zijn de E-nummers in chocoladepasta slecht voor je gezondheid? Zitten er wel echte tomaten in een blik tomatensoep?’

Roland kan het weten. Want namens het tv-programma Keuringsdienst van Waarde stelt hij wekelijks een vraag aan levensmiddelenfabrikanten en –leveranciers. Of in zijn potje nou zeezout of keukenzout zit. Of welke kaas in de lasagne is verwerkt. Duong vraag het op onschuldige toon terwijl hij met de producten jongleert en aan de telefoondraad priegelt. Als het antwoord uitblijft, concludeert hij op vragende toon: ‘U weet het ook niet?’ De antwoorden die Duong en zijn collega’s krijgen, zijn vaak hilarisch, soms ontluisterend.
‘Ik denk dat wij wel wat invloed hebben gehad op de mentale hygiëne bij callcentres die consumentenvragen moeten beantwoorden. Het schijnt dat mensen daar inmiddels getraind worden aan de hand van afleveringen van de KvW.’ In de prijswinnende aflevering over gepelde mandarijnenpartjes in blik valt Duongs mond open van verbijstering. Een chemicus laat zien dat het vel van het fruit wordt losgeweekt met gootsteenontstopper. ‘Dat is gewoon gif!’ roept Duong.


Kennis alleen is nutteloos
Na zeven seizoenen van KvW heeft Roland wel enig idee waar ons eten vandaan komt en hoe het wordt verwerkt voordat wij het in de mond stoppen. ‘Om te weten te komen waar één klein stukje kippenvlees op het koelschap van de supermarkt vandaan komt, doen we weken onderzoek met de redactie. Op een gegeven moment heb je dan heel veel informatie over de leefruimte van de kip en of haar snavel gekapt is of niet. Maar kennis op zich is nutteloos.
Het gaat erom wat je doet met je kennis.’ Dat bracht de 40-jarige programmamaker ertoe het boek Supermarktparadijs te schrijven. Krijgen we daarin nog meer informatie voorgeschoteld over visvangst en kippenvoer? Onder andere. Maar waar de KvW objectief informeert, gaat Duong in zijn boek een stap verder. Hij onderzoekt waarom de een kiest voor linksdraaiende yoghurt van de boer en een ander voor een massaproduct van de supermarkt.
Supermarktparadijs is bedoeld als handleiding voor de consument die wil weten hoe keuzes tot stand komen en hoe die zijn te beinvloeden.

 

Waar is dat voor nodig, een handleiding boodschappen doen?
‘We zijn gewend onze winkelwagentjes lekker vol te laden zonder na te denken wat er eigenlijk in de melk zit of waar de worst vandaan komt. Kwesties als duurzaamheid of dierenwelzijn hebben nooit op het boodschappenlijstje gestaan. Supermarkten speelden handig in op onze gemakzucht en leverden vooral veel eten tegen zo laag mogelijke prijzen. Maar de laatste jaren krijgen we wroeging, we kunnen het lot van kippetjes en van onze aardbodem niet helemaal meer negeren. Punt is, wie een poging doet tot bewust inkopen kan nauwelijks beslissen wat hij ‘goed’ of ‘fout’ vindt.’


Waarom is dat zo moeilijk?
‘Ik heb ontdekt dat er zo veel meespeelt in de afweging om een product al dan niet aan te schaffen. Het welzijn van een biologisch gehouden varken is beter dan dat van een gangbaar varken. Maar dat betere biologische leven kost meer water, grond en voedingsstoffen die weer voor energieproblemen zorgen. Ga je als consument voor het varkenswelzijn, dan is dat slecht voor het milieu. Ga je voor het milieu, dan is dat slecht voor het varken.’


Hoe kan je toch met een goed geweten kiezen?
‘Dat is volgens mij per persoon verschillend. De een kiest op ethische gronden, de ander gaat voor het milieu en weer een ander wil voornamelijk gewoon gezond eten. Er zijn mensen die zich fruitariërs noemen. Een prima keuze omdat fruit het meest pacifistische voedsel is. In tegenstelling tot veel ander voedsel dat je eerst moet doden voordat je het kan verorberen. Toch kan je mensen niet dwingen alleen fruit te eten. Dat zou een vorm van dictatuur zijn.’


Hoe ga jij met je keuzevrijheid om, waar doe je bijvoorbeeld je boodschappen?
‘Ik ga gewoon naar de supermarkt om de hoek. Vroeger was het een dagtaak om al je voedsel bij elkaar te scharrelen, ik ben blij dat ik in een halfuurtje al mijn boodschappen kan halen. Ik ga voor het gemak en ik geniet van het voedsel dat in de supermarkt te koop is.’


Verrassend, gezien de kennis die jij hebt opgedaan over leveranciers en hun soms toch minder mooie werkwijzen die je blootlegt in de KvW.
‘Je kunt er vanuit gaan dat alles wat je koopt bij de supermarkt voldoet aan de normen van voedselveiligheid. Want die is bij ons natuurlijk fantastisch. Je moet echt je best doen om voedselvergiftiging op te lopen van iets uit het schap. Het idee dat melk alleen goed is als je het rechtstreeks uit de koe krijgt is puur romantisch. Daar kreeg je vroeger allen maar tuberculose van. Ik ben blij dat ik gepasteuriseerde melk in een pak kan kopen. Het wantrouwen naar supermarktproducten vind ik flauwekul. Je kunt uiteraard wel ethische vragen stellen bij de handelswijze van het supermarktwezen.’


Supermarktbedrijven zijn toch puur uit op winst, niet op biologisch of ethisch verantwoord ondernemen?
‘Tsja, voor de broccoli die ik er koop wordt een boer flink afgeknepen zodat de verkoopprijs lekker laag blijft. Maar ik weet ook dat veel Nederlandse boeren slimme, innovatieve mensen zijn. Ze worden niet als dwangarbeiders tewerk gesteld zoals in andere werelddelen het geval kan zijn. Een groot deel van de supermarktwaren wordt ethisch gezien goed geproduceerd. Je kunt je vraagtekens zetten bij de verdeling van de winst, een supermarkt verdient meer dan haar leveranciers. Hoe eerlijk is dat? Maar ik heb de afweging gemaakt dat ik wil meedoen in deze maatschappij en dan kan je niet de moeite nemen om elke rijstkorrel te checken. Oogkleppen zijn helaas af en toe hard nodig in onze samenleving.’


Koop je alles dat de supermarkt aanbiedt?
'Nee, eenmaal binnen maak ik ook nog keuzes. Ik koop geen kip bij de supermarkt omdat ik te veel kuikenmesterijen heb gezien waar ze oneerbiedig met levende dieren omgaan. Smijten met kuikentjes is voor mij over de grens. Ik koop zo veel mogelijk biologisch. En een tonijnsteak laat ik liggen omdat het heel slecht gaat met sommige tonijnsoorten. Maar garnalen koop ik wel, die staan niet op uitsterven.’


Doe jij op die manier met een zuiver geweten je boodschappen?
‘Ik probeer het risico te verkleinen dat ik spullen koop die echt fout tot stand zijn gekomen. Maar je ontkomt er nooit helemaal aan. Je kunt honderd leveranciers checken, maar zij hebben ook weer met anderen te maken van wie je de handelwijze niet kunt nagaan. Je kunt niet blijven checken. Met als gevolg dat je nooit weet of wat je doet helemaal ok is.’


Hoe valt met die wetenschap te leven?
‘Ik kies redelijk bewust en dat voelt goed. Daardoor voel ik me in ieder geval niet helemaal een blinde slaaf van de consumptiemaatschappij. Hopelijk help ik anderen bij het maken van hun keuzes via het werk dat ik doe. Maar ik kom nooit helemaal in het reine met mijn eigen handelen. Ik denk dat dat voor niemand mogelijk is. Voor elk bewijs dat je goed bezig bent kan je een ander bewijs vinden dat je eigenlijk niet goed bezig bent. De manier om met die verstandelijke tweestrijd om te gaan vind je op een vaag terrein waar het meer draait om gevoelens dan om de ratio. Ik heb me verdiept in boeddhistische meditatie, daarmee leer je het oordelen los te laten. Dat helpt mij te vertrouwen op mijn gevoel en intuitie.’


Zou het ook niet handiger zijn als als je niet zo veel informatie en keuzemogelijkheden zou hebben?
‘Het is een tweesnijdend zwaard. Je wordt gek van de hoeveelheid aan informatie. Toch is kennis noodzakelijk omdat je dan in ieder geval een afweging kan maken. Dat is pas echte keuzevrijheid. De ironie wil dat ondanks alle informatie die verkrijgbaar is onuitroeibare voedselmythes ontstaan. Zo bestaat de hardnekkige mythe dat E-nummers slecht zijn. Dat zijn de nummers waarmee chemische hulpstoffen worden aangeduid die aan veel voeding worden toegevoegd. Nou heeft de wetenschap aangetoond dat er bijvoorbeeld met E621 helemaal niets mis is. Dat is een smaakmaker die in veel kant-en-klare soepen en sauzen zit. Ik denk dat wetenschappers weten waar ze mee bezig zijn als ze iets onderzoeken, dus ik vertrouw ze maar. Vanuit gezondheidsperspektief zou ik met een gerust hart broodbeleg eten waar E621 aan is toegevoegd. Op basis van de informatie die je hebt, moet je zo’n keuze durven maken.’


Maar soms word je misleid, hoe moet je daar dan mee omgaan?
‘Als de consument graag een boerenbrood wil, legt de supermarkt het brood in robuuste manden en plakt er wat zaden en granen op. De consument is geneigd te denken dat dat ambachtelijk is, die proeft met zijn ogen. Tegelijk loop je dan blind door de winkel. Zo lang je niet nadenkt over wat je koopt, heb je ook geen last van de onzekerheid of je brood nou ambachtelijk is gebakken of uit een smakeloze broodfabriek komt. Als je niet langer misleid wil worden ga je naar een goede bakker. Dat doe ik zelf tenminste.’


De KvW weet het opgestoken vingertje goed te vermijden. Ga jij nu toch voorschrijven wat we allemaal wel en niet mogen eten?
Nee zeg! Ik vind dat brood van de bakker gewoon een stuk lekker, ik koop het niet
omdat ik zonodig verantwoord bezig wil zijn. Ik wil alleen maar laten zien hoe je psyche, je emoties en je verstand je eetgedrag bepalen en hoe je je eigen keuzes daarin kunt sturen. Ik weet zeker dat de stress of je wel gezond kiest ongezonder is dan een beetje conserveringsmiddel in je eten.’

 

Wie is Roland Duong?

Vriendelijk, verwonderd, bijdehand en vasthoudend, zo kennen we Roland Duong van tv in de Keuringsdienst van Waarde. Bijdehand was hij als jong ventje al, altijd in de weer met theorieën over mens en maatschappij. Die eigenschap kwam van pas toen de KvW ontstond, Duong is sinds het eerste uur betrokken bij het programma.
1970 wordt geboren in Nijmegen, zijn moeder is Fries, zijn vader Chinees.
1986 altijd in de weer met teksten, korte verhalen, hoofdzakelijk fictie en ideetjes op papier zetten, getheoretiseer over mens en maatschappij, nooit concreet.
1991 volgt de Academie voor Beeldende Kunsten in Den Haag, richting videovormgeving, aangenomen op grond van tekstenbundel.
1996 maakt korte documentaires voor het programma Waskracht! (VPRO), zoals Sex in the Head over seksuele fantasieën.
2003 start als eindredacteur met het consumentenprogramma Keuringsdienst van Waren (RVU), later komt hij in beeld als verslaggever.
2009 wint Zilveren Lepel met KvW-aflevering over mandarijnen in blik.
2009 start reportageserie De slag om Brussel (VPRO) met KvW-collega Teun van de Keuken, over het reilen en zeilen van de Europese Commissie.

 

Kip of koeienogen?
Een geslachte kip levert een malse kipfilet of lekkere kippenpoot op. De leeggepeuterde karkassen worden weggegooid, zou je denken. Maar nee, op de Veluwe staat een vleesseparatorbedrijf waar kippengeraamtes van over de hele wereld terecht komen. Daar worden de allerlaatste minuscule stukjes vlees onder hoge druk van de botten gescheiden. Die vleesrestjes gaan in onze frikadellen. ‘Helemaal geen gemalen koeienogen of varkenshoeven dus’, zegt Roland Duong opgewekt. ‘Dat maakt een frikadel nog lekkerder om te eten. Ik eet hem het liefst speciaal, met uitjes.’