Essay Libelle Balance 3/2010

Moord in Toscane | Hélène Nolthenius

 

Goed stuk van Carola Houtekamer over de beoordeling van wonderen door kafkaësk bureaucratisch Medisch Bureau van Lourdes:

 

Pelgrim op weg naar vrijheid

De pelgrim is onderweg, op zoek naar zekerheid of juist naar vrijheid. Op pad komt een wandelaar zichzelf altijd tegen, in een ander, in zijn omgeving of in een hogere macht. En pelgrimeren is natuurlijk big business.


Op eenvoudige leren sandalen of misschien zelfs blootsvoets trotseert hij zijn pad. Kijkend van veraf zie je hem omhoog lopen, in zuidelijke richting. Over de top verdwijnt hij uit zicht, om even later uit een volgend dal weer omhoog te komen. Het slingerende pad vol stenen buigt naar links. Nu maar hopen dat het klooster niet ver meer is, want het begint al aardig te schemeren.
Sinds ik de verhalen las van Hélène Nolthenius, zie ik Lapo Mosca zo door de heuvels van Toscane zwerven. Lopend op zoek naar de waarheid, alle hobbels op zijn pad trotserend. De schrijfster bracht met haar boeken niet alleen de speurmonnik Lapo Mosca tot leven. Maar ook het Italië van 1358. Duistere tijden met alleen maar kaarslicht. De natuur was nog woest, gebieden onherbergzaam met struikrovers op de loer. De wereld was nog klein en de Middeleeuwse mens was onzeker en godvrezend.

De weg naar vergeving
De Middeleeuwen waren ook de tijd waarin zich volop wonderen voltrokken. Rond 1200 passeerde de jongeman Franciscus Bernardone een melaatse, toen God hem riep. Franciscus zoende daarop de zieke en keerde terug naar zijn geboortedorp Assisi om daar voor zieken te gaan zorgen. In een volgend visioen riep Jezus hem op om zijn kerk te repareren. Ook dat goddelijke verzoek volgde Franciscus op en toen hij ook nog eens afstand deed van al zijn materieel bezit, was de basis gelegd voor zijn latere heiligverklaring. Men trok naar Assisi in het Italiaanse Umbrië om inspiratie op te doen bij deze goede man. Te voet, uiteraard, een andere manier van reizen was er niet.

Zo ongeveer moeten pelgrimstochten zijn ontstaan. Een tocht naar een heilige plek, waarvan er door de eeuwen heen veel zijn ontstaan. Het bereiken van een bedevaartsoord zorgde voor een zekere toelatingsgarantie tot het hiernamaals. In 1300 beloofde paus Bonifacius VIII pelgrims volledige kwijtschelding van zonden. Miljoenen mensen trokken over de Via Francigena naar Rome, op weg naar vergeving. De geruststellende gedachte met deze inspanning het heilige dat tussen hemel en aarde zweeft van dichtbij te benaderen, maakte de lange barre tocht de moeite waard voor religieuze pelgrims. Onderweg moesten zij het hebben van andermans goedheid als het ging om een slaapplaats, eten en drinken en de nodige aanspraak.
 

Pelgrimindustrie
Ondanks de onmetelijke populariteit van het pelgrimeren enkele eeuwen geleden, raakten veel paden in onbruik. Opstanden en scheuringen binnen de kerk waren de oorzaak. De katholieke rituelen van heiligenverering en schuld afkopen werden door protestanten verworpen en verboden. Pas in de negentiende eeuw herleefde het pelgrimeren. Het aantal Maria-verschijningen nam explosief toe in die tijd. Zoals in het Franse Lourdes, waar in 1858 Maria verscheen aan het boerenmeisje Bernadette. De Mariadevotie en langeafstandspelgrimages leefden op, gelovigen werden daartoe aangespoord vanuit het Vaticaan. Er kwamen zelfs filiaalheiligdommen in de vorm van nagebouwde Lourdesgrotten in Nederland.
Al rap ontstond een massale en toeristische pelgrimsindustrie rondom bedevaartsplekken. Grote stromen mensen zoeken er heil en genezing en kunnen er meteen allerlei reli-parafernalia aanschaffen. Een bezoek aan dit soort oorden geeft de indruk dat van ontkerkelijking geen sprake is. Het jubeljaar 2000 was voor het Vaticaan reden om een flink PR-offensief te starten, dat zorgde wederom voor een toename van bezoeken aan bedevaartsoorden. Pelgrimeren gaat tegenwoordig overigens vaak een stuk sneller dan de maanden- of jarenlange tochten van de Middeleeuwers. Per touringcar bezoeken veel vrome pelgrims kathedralen, grotten en tempels die verlichting moeten bieden.
 

Ontmoeting onderweg
Hoe anders was de motivatie van een wandelaar die ik eens ontmoette. Hij was naar het Spaanse pelgrimsoord Santiago de Compostela gelopen, in zijn eentje. “Maar alle mensen die een belangrijke rol in mijn leven spelen, heb ik uitgenodigd een stuk met me mee te lopen,” vertelde de man. “Goede vrienden, mijn ex, mijn broer en mijn zus. Zelfs een vriend van vroeger die ik al heel lang niet had gezien maar die voor mij nog wel belangrijk was in mijn leven. Ieder apart heb ik ze mijn motivatie uit de doeken gedaan. Ze zijn allemaal, zonder uitzondering, ergens op de route aangehaakt.”
Met mijn handen om een kop thee gevouwen, luisterde ik naar de verhalen van deze eigentijdse pelgrim. We zaten in de huiskamer bij Riek en Antoon, de gastvrouw en –heer bij wie mijn wandelvriendin en ik logeerden. De andere zolderkamer was voor de Santiago-ganger en zijn zoontje, ze waren samen op fietsvakantie. De gepensioneerde Riek en Antoon kregen vaak gasten die net als wij het Pieterpad liepen, hun huis in het Brabantse Holthees ligt een paar honderd meter bij het pad vandaan.
Wij waren rozig en moe van de vele kilometers die we in de buitenlucht hadden afgelegd. Met opgetrokken kousenvoeten zaten we op de bank bij elkaar, een voor een aten we alle stroopwafels op die Antoon had aangevoerd. Ik vroeg de pelgrim of hij zo veel te vereffenen had gehad met zichzelf en zijn vrienden. “Nee hoor. Ik wilde een gedroomde wandeltocht benutten om mezelf op alle manieren op te frissen. Met mijn gastlopers wilde ik onze band bespreken. Al lopend wilde ik stilstaan bij zowel mooie als minder mooie ervaringen die we deelden. Confronterend, soms. Maar zeer waardevol.” Deze wandelaar zou je een new born pelgrim kunnen noemen.
 

Lopen in luxe
Bezinning, contemplatie, rust en ontspanning, avontuur, verandering van omgeving. Het zijn allemaal redenen waarom nieuwerwetse pelgrims op pad gaan. Nog steeds spelen ook religieuze motieven voor sommigen een rol. Of spirituele motieven die niet perse gerelateerd zijn aan een geloofsovertuiging. Op comfortabele wandelschoenen met onderweg volop logies en ontbijt. De moderne pelgrim heeft waarschijnlijk veel meer oog voor mooie vergezichten die de wisselende landschappen bieden. Hopend op inzichten over zichzelf of over het leven in het algemeen. Dromend over de romantiek van de Middeleeuwen die is ontdaan van duisternis en de gevaren van die tijd. Al is het best aanpoten af en toe. Want regen, wind en kou zijn er nog altijd. En ook wandelaars die dankzij voorlichtingsbijeenkomsten, internet en handige gidsjes goed zijn voorbereid, kunnen worden overvallen door invallende schemering of volgeboekte pensions. De moeder van een vriend van mij besloot tot een eerste etappe naar het Spaanse Santiago nadat haar man was overleden. Ze was met vervroegd pensioen, haar volwassen kinderen redden zich prima en een licht overbodig en eenzaam gevoel had zich thuis van haar meester gemaakt. In plaats van te gaan treuren op de bank, trok ze de wandelschoenen aan en wierp ze lopend door Frankrijk alle mogelijke ballast van zich af. Natuurlijk was ze bij thuiskomst drie weken later nog dezelfde vrouw als voorheen. En de problemen van voor het vertrek waren niet ineens verdampt. Maar ze had mooi wel al die kilometers in haar eentje afgelegd, ook op momenten dat het weer, de zwaartekracht of het gemoed niet helemaal hadden meegewerkt. Gevoelens van vrijheid en triomf zijn sindsdien definitief toegevoegd aan de carrousel van stemmingen waaruit haar gemoed put. Kleine krachtbronnen voor momenten dat het even tegenzit in het dagelijks leven.
 

Extra dimensie
Dergelijke ervaringen symboliseren voor mij de kern van wandelen over lange afstanden. Net als de herinnering aan de logeerpartij bij Riek en Antoon destijds. De warme ontvangst door het echtpaar, met een kopje thee onder de kastanjeboom in hun tuin, hun uitgebreide rondleiding door de vogeltuin, het potje zelfgemaakte honing bij vertrek en de oprechte interesse in hun gasten. In alles toonden onze gastvrouw –en heer welgemeende hartelijkheid. En ze stelden hun huis open voor passanten gewoon omdat ze het leuk vinden. Ook het boeiende en openhartige gesprek met de Santiago-ganger is een kenmerkende herinnering van een van de vele wandelweekendjes die ik maakte. Ontmoetingen tijdens het wandelen leveren bijna altijd werkelijk contact op. Zelfs in de meest oppervlakkige praatjes over de weg en het weer is op een of andere manier direct een band voelbaar. Het wandelbestaan biedt een dimensie die in het dagelijks leven op kantoor of in de supermarkt nog wel eens ontbreekt.

Nu kan het zijn dat ik die dimensie juist zoek en daardoor vanzelf ook vind als ik ga wandelen. Als een selffulfilling prophecy. De socioloog en vervent wandelaar Herman Vuijsje vermoedt dat pelgrims op hun tochten altijd al hebben gezocht wat ze in het dagelijks leven het meest ontbeerden. Voor de gelovige van vroeger waren dat heil en verlichting, voor de drukke westerling van nu draait het om zaken als loutering of loskomen van de waan van de dag. Voor Herman Vuijsje ging het om onthaasten en meer vertrouwen op intuïtie. Vuijsje doet een heerlijk boekje open met zijn ‘Pelgrim zonder god’, over zijn eigen voettocht die hij in omgekeerde richting voltrok: van Santiago de Compostela naar Amsterdam. Een variant op de route die wellicht niet in de smaak zijn gevallen bij godvrezende Middeleeuwers. Maar deze vorm van pelgrimeren heeft de afgelopen decennia enorm aan populariteit gewonnen.
 

Vrijheid in onzekerheid
Vuijsje stelt vast dat de behoefte tot het afleggen van een pad als dat van Santiago de Compostela, is meeveranderd met de tijd. “Een bedevaart was een uiterste middel om enige invloed uit te oefenen op je lot via een soort schuldenregeling met God, waarbij de heilige Jacobus als agent optrad.” Die heilige Jacobus, San Iago, wacht in Finisterra, de uiterste noordwestelijke punt van Spanje. Het lichtgevende graf van deze apostel van Jezus gaf het katholieke Spaanse volk en koningshuis de kracht te strijden tegen de Moorse overheersing. De Jacobsschelp is het symbool dat in alle mogelijke variaties verkrijgbaar is als talisman en bewijsstuk voor het volbrengen van de tocht. Maar de zekerheid die het bereiken van dit ‘einde van de wereld’ middeleeuwse pelgrims bracht, heeft in onze tijd juist plaats gemaakt voor een zekere onzekerheid. De hedendaagse pelgrim maakt zich los van drukte, verplichtingen en agenda’s en kiest daarmee voor de vrijheid.

Opmerkelijk is wel dat veel wandelaars telkens toch kiezen voor de gebaande paden die de religie vroeger heeft uitgestippeld. Juist de traditie, het idee dat zoveel anderen hetzelfde pad hebben betreden, werkt als aantrekkingskracht voor elk volgend individu dat een historisch bedevaartspad op zijn naam zet. Op zoek naar de kracht in zichzelf loopt de 21e eeuwse pelgrim vaak alleen, in tegenstelling tot zijn middeleeuwse voorganger. Die liep bij voorkeur in groepsverband naar het einddoel waar de kracht van de almachtige wachtte.

Stap voor stap voort
Mijn eigen pelgrimspad voerde niet naar een bedevaartsoord, volbracht ik zeker niet in stilte en ook al niet in één lange tocht. Met mijn wandelvriendin liep ik de 465 kilometer van het Nederlandse Pieterpad in maar liefst vier jaar tijd. Af en toe een weekend met het gezicht naar de zon, dus van Noord naar Zuid. Pratend en zwijgend vielen met het veranderend landschap als decor alle gebeurtenissen in ons leven op hun plaats. We leerden sparren van dennenbomen onderscheiden, we deelden rouw en nieuwe liefdes en sloten praktisch elke wandeldag af met witbier en bitterballen.
Op een lange, koude dag liepen wij aan het begin doorweekt over een eindeloos lijkende polderweg door Groningen. Tussen de regenvlagen en zenuwachtige ruitenwissers ontwaarden we de verdwaasde blikken van tegenliggers die ons van achter hun autoruit vol onbegrip gadesloegen. “Ja, wij wandelen!” declameerden wij opgewekt tegen de wind in. Als een wandeling een metafoor is voor het levenspad dat wij afleggen, kan ik stellen dat die hoe dan ook geruststellend is. Het landschap verandert, net als het weer, het gemoed en de souplesse van de loper. Maar stap voor stap gaat het voort. Die zekerheid geeft elke pelgrim de grootste vrijheid die er is.