Reportage Parool PS vd Week

03|04|2010

Fotografie © Marc Driessen

Je eigen strandtent, leuk?

Je eigen strandtent is elke dag de zon onder zien gaan met je voeten in het zand. OF: de frituur schrobben en met bierfusten slepen. Met Pasen gaat de Vrijheit bij Heemskerk open.

 

Een eenzame jogger zag een paar weken geleden alleen wat palen uit het zand steken, op het strand tussen Wijk aan Zee en Castricum. Een meeuw op het ketelhuis van het scheepswrak de ‘Freiheit’ was zijn enige gezelschap. Maar het Kruisbergstrand is ontwaakt.
Vrijdag 19 maart rijden tractoren af en aan. Op de aanhangers liggen zeventien containers die strandpaviljoen de Vrijheit vormen. In vier uur verzhuizen ze van een troosteloze parkeerplaats naar het Kruisbergstrand, waar ze op houten palen worden getild. Een gigantische kraan hijst een container inclusief zitbank, plastic palm en stereo-installatie omhoog. Als Noortje Klaasse (37) de helft van haar zomververblijf zo door de lucht ziet zweven, houdt ze het niet droot. Weken hebben ze op de parkeerplaats van een pompstration straan krabben en schuren – weer of geen weer. “Hiervoor doen we het natuurlijk allemaal.”
Pas begin februari kwam een einde aan de onderhandelingen die haar vader Arie Klaasse al in oktober was begonnen. Al jaren fantaseert de familie over de overname van een strandpaviljoen. Arie: “Ik word 65, ik heb geen zin om thuis te gaan zitten wachten tot ik oud word. Dus toen ik de kans kreeg, heb ik die gegrepen.”
 

Arie vroeg zijn oudste dochter de tent te gaan runnen. Noortje moest er wel even over nadenken: wel veel horecabaantjes gehad, maar geen ervaring als bedrijfsleider. Noortje is eigenlijk meubelrestaureteur, vorig jaar bouwde ze onder meer mee aan het interieur van restaurant en club Trouw op de Wibautstraat. Maar om zoiets met haar vader te kunnen doen, leek haar wel weer prachtig. Ze besloot het te doen. Hoewel het huilen haar sindsdien soms nader staat dan het lachen.
Waar uitbaters van strandtenten normaal de hele herfst en winter tijd hebben voor onderhoud, moesten Noortje en haar vader de klus in zes weken klaren. Het paviljoen had al jaren geen kwast gezien. Allerlei onderdelen moesten eigenlijk vervangen worden. Maar tijd en geld ontbraken. Dus het verven ging soms over vochtige moskorsten heen. Volgend jaar komt het grote onderhoud wel. Pasen is doorgaans het eerste weekend waarin bezoekers het strand weer massaal weten te vinden, maar het valt dit jaar uitzonderlijk vroeg.

“Laatst hadden we een heel weekend gepland om het buitenwerk te schilderen. Toen ging het regenen. We konden niets. Ik zag het helemaal niet meer zitten. De volgende dag stond mijn moeder op de stoep, met haar vriend die schilder is geweest. De zon scheen weer en we zijn met z’n vieren heel erg opgeschoten. Ja, de buien komen en gaan ook bij mij in hoog tempo.”

Noortjes vriend Vincent heeft een baan in het onderwijs. Alle tijd die over is, steekt hij in de Vrijheit. Als het seizoen begint, doet hij de apparaten. Met zijn handen geeft hij de diameter aan van de ingang waar de krachtstroom uit het aggregaat binnen- komt. ‘Ruigemannenwerk’, noemt hij het. Hij heeft er lol in. Vincent heeft in verschillende kraakpan- den gewoond, waar doe-het-zelven tot levenskunst verheven was – dat scheelt. En het stel krijgt van alle kanten hulp. Een mail aan vriendenleverde tijdens de krokusvakantie flink wat hulp op bij het schuren, schilderen en schoonmaken. “Sommige mensen schrokken toen ze zagen wat er al- lemaal moest gebeuren. ‘Dat haal je nooit,’ riepen ze. Heel irritant, ik had mijn verstand eindelijk op nul gezet. We doen wat we kunnen.” De buitenkant is nu fris geel, de windschermen rond het terras zijn wit met zachtblauw en binnen staan de tafels die de vriendin van Arie, kunstenares, beschilderde. En zo zien we de zon niet alleen in de zee zakken, maar ook op de tafels.

Het heeft allemaal veel weg van de avonturen die we kennen uit programma’s als Ik vertrek. Het begint met een droom; zand tussen je tenen, altijd buiten. Totdat de realiteit zich opdringt. Gegevens invoeren in de kassa, de menukaart samenstellen, personeel regelen. Noortje: “Ik moet allerlei dingen doen waarvan ik nog nooit heb gehoord en ik moet maar uitvinden hoe het allemaal werkt. Ik leer nu hoe ik de tractor moet besturen, want ik moet straks twee keer per week naar de strandopgang drie kilometer verderop rijden.” Zelfs dat klinkt nog wel romantisch, al is het is nog maar de vraag hoe lang het leuk blijft om zelf met bierfusten en dozen kroketten te sjouwen. En die kroketten mag Noortje dan ook nog zelf in het vet gooien, want een kok heeft ze nog niet gevonden. “In het voorseizoen wil ik leren hoe alles werkt en gerechten uitproberen.” Ze denkt een heel eind te komen als een vriend die in de catering zit, een middag wat zaken komt uitleggen. “Natuurlijk komen er tosti’s en frietjes op de kaart, maar ik wil ook lekkere salades en mediterrane gerechten maken.”

Noortje klaagt nog één keer tegen haar vriend over de plek van de frituur, die van Arie zo moet blijven. “De doorloop van de keuken naar het restaurant wordt veel beter als we ’m verplaatsen, ik weet het zeker.” “Laat nou maar,” sust Vincent. “Als straks blijkt dat het nodig is, kunnen we dat ding zo van z’n plek halen.” Dat de vorige eigenaar en zijn kornuiten helpen bij het verhuizen van allecontainers, was deel van de overnameafspraak. Arie heeft alles uitgemeten en bekijkt met een grijns hoe elke container telkens weer keurig recht op zijn plek komt. “Prachtig allemaal toch?” Als een dag later de opbouw van het terras maar niet opschiet, horen Vincent en Noortje hem geregeld uitvallen tegen de ploeg. Maar daarna gaan ze met z’n allen weer vrolijk aan de borrel.

Het getuigt van een groot positivisme dat Noortje tijdens het wegbikken van roest en oud vet in de keuken voor ogen houdt wat zich straks afspeelt op de houten vlonders van de Vrijheit. “Mensen moeten gewoon lekker komen jammen, zoals dat ook gaat in pubs in Ierland.” De laatste week staat ze er grotendeels alleen voor. Maar de planning, waarin ze alleen maar achter zichzelf aan lijken te lopen, weerhoudt Noortje niet van nog meer dromen. “Ik wil straks yogalessen organiseren op het strand. We zijn het enige strandpaviljoen van Heemskerk. Met allerlei activiteiten wil ik een leuk publiek trekken.”
Ze hoopt op een mix van oudere jongeren, gezinnen en vooral ‘relaxed publiek’. Publiek dat het op Bloemendaal al lang niet meer kon vinden, en publiek dat eerder misschien naar Timboektoe in IJmuiden ging. De Vrijheit is het enige paviljoen van Heemskerk en niet per auto te bereiken – dat zorgt al voor een natuurlijke selectie. Dit weekend moeten ze open zijn. Dat wordt nog hard werken voor de Vrijheit. ■

 

 

Het strandseizoen loopt elk jaar van 14 maart tot 15 oktober. Na vijf jaar bekijkt het Hoogheemraad Hollands Noorderkwartier of verlenging van een strandpaviljoen op dezelfde plek verantwoord is. Het zogeheten dynamisch kustbeheer is erop gericht dat duinen zelf kunnen aangroeien en zo het achterland tegen zeewater beschermen. Daartoe moet de wind vrij spel hebben, strandpaviljoens vormen obstakels waarachter duinen minder goed kunnen aangroeien.

 


Duingroei vindt vooral plaats in de winter, als de seizoenstenten weg zijn. Als een paviljoen de duingroei te veel belemmert, kan het in een volgende vergunningsperiode worden verplaatst. Dat gebeurde in Wijk aan Zee, waar alle paviljoens dit jaar zo’n tien meter zeewaarts verhuisden. Hetzelfde geldt voor strandtenten die het hele jaar geopend zijn.