Interview Quest Historie juli 2011

Fotografie @ Johannes Abeling

Eric Heuvel

 

 

Eric Heuvel ontvangt 10 maart de Stripschapprijs 2012

 

De jury: 'Wat de commissie van de Stripschapprijzen waardeert in zijn werk is de heldere en degelijke vertelstijl, die visueel boeiend is en tegelijkertijd toegankelijk. Eric Heuvel werkt in een typisch Nederlandse variant van de 'klare lijn'-stijl, geïnspireerd door het werk van Hergé, zonder het slaafs te volgen. Eric Heuvel is een unieke verschijning in de Nederlandse stripwereld, wiens hoge productie en arbeidsethos er voor zorgt dat de ouderwetse, degelijk vertelde strip, met een vleugje humor, een flinke dosis avontuur en een grote Nederlandse nuchterheid, nog steeds springlevend is.'

Striptekenaar Eric Heuvel laat oren roken

Woede? Laat iemand flink roken uit zijn oren. Verdriet? Goed inzoomen op een traan. Striptekenaar Eric Heuvel vertelt met een paar pennenstreken complete verhalen. Over de Tweede Wereldoorlog. Of over de avonturen van zijn sexy heldin January Jones. 

 

‘Voordat ik mijn educatieve stripalbum De Zoektocht ging tekenen, wilde ik beslist Auschwitz zien. Het is het tweede album in een serie van drie educatieve albums over de Tweede Wereldoorlog. Deel een van de serie, De Ontdekking, gaat over de bezetting van Nederland. De Zoektocht gaat dieper in op de Holocaust, de jodenvervolging.
De concentratiekampen van Auschwitz in Polen zijn gigantisch groot. Kamp Birkenau strekt zich uit tot aan de horizon. Auschwitz is natuurlijk een beladen plek, ruim 1,1 miljoen mensen zijn er omgekomen. Maar ik kijk daar heel praktisch rond. Hoe groot zijn de gebouwen? Hoe ver liggen ze uit elkaar? Ik meet dingen op, maak ontzettend veel foto’s. Wat het oog waarneemt als het einde van de horizon, dat ligt op een afstand van vijf kilometer. Verder reikt ons zicht niet. Als je uitkijkt over een vlak landschap en je ziet in de verte een boom staan, snap je meteen de verhoudingen die ontstaan door de afstand. Hoe klein zo’n boom aan de einder wordt en hoe hij zich verhoudt tot zijn omgeving.
Als ik plekken zelf heb gezien, is het gemakkelijker ze realistisch op papier te zetten. Zo heeft mijn reis door Indonesië geholpen bij het tekenen van deel drie, De Terugkeer, over de Tweede Wereldoorlog in Nederlands-Indië. Je tekent iemand die in de hitte door een geurig tropisch woud loopt toch anders als je er zelf hebt lopen zweten.’
 

Geboeid door geschiedenis
‘Nederland is de enige natie ter wereld waarvan burgers hebben geleden onder bezetting van zowel de Duitsers als de Japanners. In Indië, zoals de toenmalige Nederlandse kolonie heette, werden alle totoks vastgezet in gevangeniskampen van de Japanners. Totoks zijn Nederlanders die daar woonden, vaak waren ze er geboren en hun ouders ook. Ze moesten alles wat hen vertrouwd was verlaten. Velen stierven in de kampen, overlevenden kwamen er getraumatiseerd vandaan. Wie drie jaar kamp had overleefd trof buiten een volkomen veranderde samenleving aan. De Indonesische bevolking was een onafhankelijkheidsrevolutie begonnen. Blanke overlevenden die terugkeerden naar hun plantage werden vermoord.
Een tragisch verhaal waar maar weinig aandacht voor is. En dan heb ik het nog niet eens over de buitenkampers. De groep Indische Nederlanders van gemengd bloed. Die hoefden niet in de kampen maar werden buitengesloten door de ‘zuiver’ inheemse bevolking. Zij moesten tijdens de bezetting in een vijandige omgeving en geheel geïsoleerd zien te overleven. Dat speelde allemaal vanaf 1942. Maar vandaag de dag heeft nog altijd vier miljoen van de Nederlanders banden met Indonesië. Omdat een neef er vandaan komt, een oma er woont of omdat ze zelf Indisch bloed hebben.’


Historisch besef
‘Ik vind het tragisch dat er zo weinig kennis is over het Indische stuk van onze geschiedenis. De problematiek is natuurlijk complex. Die heb ik zo eenvoudig en tegelijk zo compleet mogelijk proberen te verwerken in de strip De Terugkeer. Dat album is samen met De Ontdekking en De Zoektocht bedoeld als een eerste kennismaking met het onderwerp. Want het is toch wel handig om te weten waar we vandaan komen. Ooit las ik in een historische strip: ‘De reden ligt in het verleden.’ Dat is een belangrijk motto in mijn werk.
Het verleden heeft eigenlijk met alles te maken. Het verleden bepaalt hoe we met elkaar omgaan. Hoe de wereld eruit ziet. Hoe verhoudingen tussen mensen zijn gegroeid. Alles wat we doen heeft te maken met iets dat is gebeurd in het verleden. Het heden kan niet zonder verleden. Bovendien vind ik het gewoon heel leuk om verhalen te maken die zich afspelen in het verleden. Iemand met een petje op en een spijkerbroek aan die met zijn scooter over straat scheurt? Het huidige straatbeeld vind ik saai. Dat zie ik elke dag al om me heen. Geef mij maar een kostuum uit 1930.’
 

Beste tekenaar van de klas
‘Als kind zat ik altijd al te tekenen. Toen ik een jaar of elf was wist ik het: ik wil striptekenaar worden. Maar ik had geen idee hoe. Een speciale opleiding zoals je nu kunt volgen, bestond nog niet. Ik koos toch maar voor de zekerheid van een vaste baan als douanebeambte. Door ladingen cacao te controleren in de haven van Amsterdam verdiende ik mijn geld. Maar al mijn vrije tijd zat ik te tekenen. Ik stuurde tekeningen naar gevestigde striptekenaars of uitgevers. Martin Lodewijk, de nestor van de Nederlandse stripwereld, zag wel wat in mijn werk. Hij besloot me te helpen een eigen stripreeks te creëren zodat ik met tekenen mijn geld kon verdienen.
We waren het er meteen over eens dat ik vooral iets moest maken wat ik leuk vond. Ik heb altijd gehouden van het Interbellum, de tijd tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog. De vormgeving uit die tijd vind ik prachtig; de kleding, auto’s, vliegtuigen, gebouwen. Het moest een avontuurlijke reeks worden. En omdat er al zoveel mannelijke personages zijn, kozen we een vrouwelijke heldin: January Jones. Martin schreef het verhaal, ik tekende het uit. Elke maandag kwam ik bij hem om een volgend deel van zijn scenario te halen en mijn vorige pagina’s te bespreken. Zijn werkkamer is een soort museum, vol originele tekeningen gesigneerd door tekenaars die hij bewondert. Die plek en zijn enthousiasme werkten erg motiverend. Verder is tekenen eenzaam werk, je zit urenlang in je eentje over de tekentafel gebogen.’

 

Klare lijnen
‘Ik teken in de klare lijn. Dat betekent met zo min mogelijk lijnen zo goed mogelijk iets uitbeelden. Het is de stijl van Hergé, de schepper van Kuifje. Daarbij is het de kunst alles terug te brengen tot de essentie. Voorheen had ik een ronde stijl, met veel arceringen, schaduwen en lijnen. Een mouw heeft dan veel kleurverschillen en zit vol met plooien. In de klare lijn breng je zo’n mouw terug tot een enkele lijn die de vorm afbakent. Die stijl is eenvoudig te volgen voor de lezer. Dankzij één lijn zie je waar een schoen eindigt en de omgeving begint.
Maar zo tekenen is knap lastig. Probeer maar eens met een paar lijnen een vorm, een beweging én emotie uit te beelden. Je moet eerst heel goed kijken hoe iets in elkaar zit. Hoe is de vorm van een auto? Hoe beweegt een konijn? Hoe beweegt een mens? De klare lijn dwingt je als tekenaar beslissingen te nemen. Je moet keuzes maken om een de beweging van een voorbij rijdende auto effectief in beeld te brengen. Nog steeds zingt het zinnetje door mijn hoofd dat Martin Lodewijk zo vaak tegen mij herhaalde: ‘Kijk eens hoe Hergé dat oplost.’


Clichés werken goed
‘Ik kijk goed om me heen. De wereld bestaat uit zoveel verschillende elementen. Bomen, planten, architectuur. Het is oneindig. Net als de manier waarop mensen acteren. Een strip maken heeft veel weg van een filmscript maken. Ik observeer mensen intensief om te zien hoe ze zich gedragen, hoe een gezichtsuitdrukking verandert of hoe iemand beweegt in nood of gewoon aan tafel tijdens het eten. Al die zaken moet ik vertalen naar de klare lijn. Een berkenboompje van Hergé is anders dan dat van mij of een andere tekenaar. Ik pik uit wat ik van belang vind en wat effectief is.
Mijn doel is verhalen vertellen. Dat is voor mij eigenlijk veel belangrijker. Tekeningen zijn slechts een middel om dat verhaal te kunnen vertellen. Als het verhaal niet klopt, slaan de tekeningen dood. Kijk maar naar recente Asterix-albums. Sinds René Goscinny dood is, de oorspronkelijke schrijver van Asterix en Obelix, zijn ze lang niet meer zo sterk. De tekeningen zijn nog steeds briljant. Maar de verhalen missen de scherpte, de informatie en de details die de klassieke scholing van Goscinny verried. Die man wist alles wat maar te weten viel over de Grieken en Romeinen. Daardoor kon hij veel informatie en details in geintjes verwerken.’

 

Strip is serieus grappig
‘De strip is een geweldig medium om informatie te delen. Ik probeer achtergronden te achterhalen en geschiedenis over te brengen via de plaatjes. Beeldtaal gaat uit van clichés. Als je snel wilt duidelijk maken dat iemand boos is, teken je rook uit zijn oren. Een paar gefronste wenkbrauwen erbij en klaar. Dat is een stuk makkelijker dan iemand tekenen die worstelt met een interne woede maar voor de buitenwereld blijft lachen. Dan ben je zo veertien plaatjes verder, dat leest niet lekker. De werkelijkheid is genuanceerd. In stripverhalen is daar nauwelijks ruimte voor. Dus in plaats van te nuanceren zet je bepaalde vooroordelen juist extra aan. Maar die methode is ook riskant. Veel mensen praten nog steeds Joseph Goebbels na die zei dat Joden herkenbaar waren aan bepaalde uiterlijke kenmerken. Een puur verzinsel van de nazi-propaganda dat helaas nog steeds na galmt. Ondanks dat je ze in de albums van Lucky Luck altijd alleen maar ziet slapen onder hun grote sombrero, zijn Mexicanen toch ook niet allemaal lui?
Ik ben door mijn samenwerking met de Anne Frank Stichting voor mijn educatieve strips gaan nadenken over mijn verantwoordelijkheid als striptekenaar. De lezer is geneigd te geloven wat hij of zij krijgt voorgeschoteld in een strip. Dus moet ik zorgen dat het goed klopt en ook nog leuk is, want dat is toch wel de bedoeling van zo’n album. Ik ervaar het als een enorme erkenning van de strip dat mijn educatieve albums zo succesvol zijn dat de overheid ze als Nationaal Geschenk cadeau heeft gedaan aan scholieren. Nu zou ik wel het canon van de hele geschiedenis in beeld willen brengen. Als ik maar genoeg tijd heb. Een album bestaat uit zo’n 485 plaatjes. Daar ben ik wel even zoet mee.’

 

 

Eric Heuvel - Lekker bezig
25 mei 1960 geboren te Amsterdam
1980 - 1982 militaire dienst
1983 - 1997 werkzaam als douanier bij Haven Amsterdam en Schiphol
sinds 2000 professioneel, fulltime striptekenaar
2001 - 2003 volgt docentenopleiding geschiedenis

1987 eerste 2 pagina’s De Avonturen van January Jones in stripblad Eppo
1987 - 1995 January Jones 1 Dodenrit naar Monte Carlo; 2 De Schedel van Sultan Mkwawa; 3 De Schatten van Koning Salomo; 4 Het Pinkerton Draaiboek
1995 - 1999 publicatie Avonturen van Bud Broadway in Het Algemeen Dagblad.
2003 educatief stripboek De Ontdekking, deel 1 van een drieluik over de Tweede Wereldoorlog gevolgd door De Zoektocht (2007) en De Terugkeer (2010)
mei 2011 start publicatie January Jones 5 over de Spaanse Burgeroorlog in Eppo

 

The making of een strip
1. synopsis: de auteur schrijft een synopsis; een zeer beknopte versie van het hele verhaal op 2 kantjes A4
2. stripscenario: de tekenaar maakt een bewerking van de synopsis. Dus: zo precies mogelijk omschrijven wat straks op elk plaatje afzonderlijk is te zien inclusief scenarioaanwijzingen (dus of we personage zien in close-up, half close-up of in totaalbeeld) + de dialoog per plaatje uitschrijven
3. schets; tekenaar schetst hele strip per plaatje met potlood op papier
4. inkten; tekenaar trekt potloodlijnen over met inkt (Hergé doopte zijn pennetje nog in de inkt, nu gaat dat met een marker)
5. scannen; tekeningen scannen tot digitale versies
6. kleuren; strip wordt per plaatje ingekleurd op de computer
7. drukken, binden en distribueren

 

Strip als serieus lesmateriaal
De algemene kennis over de Tweede Wereldoorlog onder jongeren is belabberd. Dat vond Eric Heuvel schokkend, zelf is hij juist gefascineerd door alles wat met geschiedenis heeft te maken. Hij stapte naar de Anne Frank Stichting en in samenwerking ontstond De Ontdekking, over de bezettingsjaren in Nederland. Daarin zoekt Jeroen spullen voor de rommelmarkt en ontdekt hij op zolder bij zijn oma van alles over haar leven. Zij vertelt hem vervolgens over haar jeugd in de oorlog. Het album is begrijpelijk gemaakt voor jongeren vanaf VMBO-niveau. Vanwege het succes volgden De Zoektocht over de Holocaust en De Terugkeer over de oorlogsjaren in Indonesië. Bij elk album is lesmateriaal beschikbaar voor alle middelbare schoolleerlingen in de onderbouw. De strips zijn ook te koop in de boekhandel en zijn vertaald in het Oekraïens, Spaans, Engels, Duits, Hongaars, Japans en nog 13 talen.