Het Parool | 09/11/2011

'Mensen doen elkaar onbewust vreselijke dingen aan’

In de roman De S-machine gaat het over smakeloze cornflakes en seksende barbies. Debuterend auteur Manon Duintjer vertelt hoe gebrek aan aandacht dramatische gevolgen kan hebben.

 

‘Een verre tante van mij heeft een ‘bijzondere’ zoon van mijn leeftijd. Gesteund door de Heer heeft zij zich altijd vol overgave om die jongen bekommerd. Door de jaren heen hoorde ik via familieleden wel eens iets over dat gezin, ze hadden het niet makkelijk. Maar pas een paar jaar geleden hoorde ik dat er ook nog een dochter was. Over haar had ik nog nooit iemand horen vertellen. Zij was altijd verzwegen, vermoedelijk omdat alles om de zoon draaide. Een kind dat geen aandacht krijgt, dat vind ik een heel fascinerend gegeven.’

Aan de keukentafel van haar huis in Haarlem vertelt Manon Duintjer hoe haar fascinatie voor die familiegeschiedenis haar inspiratiebron is geweest. Duintjers debuutroman De S-machine verschijnt deze week. Dik zes jaar schrijven en vooral schrappen gingen vooraf. ‘Als klein meisje schreef ik mijn eerste roman in een schoolschrift. Daarna leed ik tot mijn vijfendertigste aan ernstige zelfcensuur. Het idee een boek te schrijven vond ik doodeng. Ik legde de lat heel hoog voor mezelf. Op het gymnasium had ik de klassieken bestudeerd en ik vond dat als ik een boek zou schrijven, het op het niveau moest van de Hoogstaande Literatuur.’

Duintjer lacht een licht zelfspottend lachje. Omringd door tekeningen en drinkbekers van haar zoon van zes en dochter van vijf. ‘Toen ik in 2005 voor het eerst zwanger was, voelde ik me zo krachtig dat ik eindelijk durfde te beginnen met schrijven. Als ik een kind kan maken, dacht ik, moet ik toch zeker ook een boek kunnen schrijven.’ Duintjer is geen onbekende in de literaire wereld. Na haar geschiedenisstudie aan de UvA werkte ze bij uitgeverij Maarten Muntinga. Eerst als redacteur, later als uitgever van de handzame gele Rainbow Pockets. ‘Hoewel ik me daar destijds beslist niet bewust van was - ik heb het werk altijd erg leuk gevonden - denk ik achteraf gezien dat ik lichtelijk jaloers was op auteurs. Ik wilde zelf ook publiceren. Maar mijn onzekerheid was sterker.’

Inmiddels werkt Duintjer al zo’n zes jaar als literair journalist voor het tijdschrift BOEK van uitgeverij Ambo Anthos. ‘Door dat werk heb ik nuttige ervaring opgedaan. Voor boekrecensies moet ik artikelen maken die hout snijden. Dat dwingt tot kritisch en analytisch lezen. En door stukken te schrijven die een beperkt aantal woorden mogen bevatten en binnen een bepaalde tijd klaar moeten zijn, heb ik geleerd gewoonweg te produceren.’ Uit de eerste hand horen over het schrijfproces werkte eveneens verrijkend. ‘Nelleke Noordervliet heeft haar debuut Tine geschreven terwijl haar kinderen nog klein waren. Zij is een gerespecteerd schrijver, maar zij is dus ook gewoon tussen de slaapjes van haar kinderen begonnen. Toen ze mij dat vertelde dacht ik: er is nog hoop. Mijn gesprek met haar heeft als een eyeopener gewerkt. Ik realiseerde me dat ik de gestolen uurtjes waarin ik wat zat te schrijven serieus moest nemen. Dat ik van mezelf iets anders dan zwaar literair werk mocht schrijven werkte ook heel verlichtend. Ik wilde wel iets schrijven met psychologische diepgang, anders vind ik het zelf niet interessant. Maar mijn schrijfstijl mocht toegankelijk zijn. Die combinatie past goed bij mij.’

Terwijl ze aan het schrijven was, dienden zich binnen de verre familie voor Duintjer op het juiste moment nieuwe ontwikkelingen aan. ‘De ‘bijzondere’ zoon bloeide op toen hij voor het eerst van zijn moeder gescheiden werd. Zijn moeder was met een botbreuk in het ziekenhuis beland. De krampachtige greep verslapte.’ Duintjer besloot de hoofdpersoon van haar roman in een dergelijk gezin te situeren. Een ander gezin uit haar omgeving diende eveneens als voorbeeld. ‘Ook een gezin met een ‘bijzondere’ zoon. Die jongen zou nu wellicht als autistisch of ADHD gediagnosticeerd zou worden. Maar vroeger was over zulke aandoeningen nog lang niet zo veel bekend als nu. De moeder deed altijd alsof er niets afwijkends was aan haar zoon. En als die jongen weer uit de bocht vloog, kreeg zijn zus altijd de schuld. Zulke ervaringen zijn cruciaal voor de ontwikkeling van een meisje en voor haar relatie met anderen in de rest van haar leven.’

In De S-machine kijkt hoofdpersoon Maria als twintigjarige terug op haar leven tot dan toe. Hoe ze opgroeit met haar ‘bijzondere’ broer, haar godsdienstwaanzinnige moeder en haar afzijdige vader. En hoe anders het er aan toe gaat thuis bij Alice, haar schoolvriendin die ‘vrije’ ouders heeft en bij wie Maria zich wel op haar gemak voelt. Hoewel het verloop van Maria’s jeugdige bestaan steeds tragischer wordt, zijn de dingen nu eenmaal zoals ze zijn. Maria omschrijft haar belevingen op droge toon. Ze is net als haar vriendin Alice erg slim, waardoor ze analytisch sterk is en beschikt over een verfijnde woordenschat. Maar ze blijft ook een puber. Dat levert droogkomische passages op: “Er stond een kommetje cornflakes met melk voor me klaar. Mijn moeder had haar badjas aan en rookte een sigaret. Peter had zich onder de tafel verstopt. Ik ging zitten en keek naar de gelige drab in het schaaltje voor me. Onbegrijpelijk dat miljarden mensen die doorweekte krantensnippers ’s ochtends naar binnen werkten. Wij hadden tenminste een excuus: Kellog was een adventist, maar hoe haalde je het in je hoofd die troep vrijwillig te eten? Geloofden die mensen echt dat wanneer ze maar genoeg ontbijtvlokken naar binnen propten, ze net zo gelukkig zouden worden als het blije gezin als in het reclamespotje. Zou mijn moeder dat ook stiekem hopen?”

‘Mensen die gemeen doen om het gemeen doen vind ik niet interessant,’ zegt Duintjer. ‘Veel interessanter vind ik het om te kijken hoe mensen elkaar vreselijke dingen aandoen zonder dat ze er erg in hebben. Uit onmacht en zonder zich ervan bewust te zijn. Meestal omdat ze zo druk met zichzelf zijn. Zoals een moeder die haar dochter negeert of kleineert terwijl dat waarschijnlijk nooit haar opzettelijke bedoeling is geweest.’ In het geval van hoofdpersoon Maria leiden de ontwikkelingen in haar jeugd tot een treurige eenzaamheid. Het meisje lijkt zich daarvan zelf evenmin bewust. De warmte die ze denkt te vinden in haar veel oudere minnaar maken het alleen maar erger. Duintjer: ‘Als kind van gescheiden ouders ken ik het gevoel dat je maar liever niet de aandacht op jezelf vestigt. Er was al genoeg gedoe. En door dat gedoe is er juist gebrek aan aandacht voor een kind.’

Dankzij de spanning, humor, seks en geheimzinnigheid waarmee De S-machine is opgebouwd, zou de argeloze lezer de tragische thematiek bijna ontgaan. Het rap geschreven verhaal speelt zich af in de jaren tachtig, niet toevallig de tijd waarin Duintjer opgroeide. Maria kijkt naar de Showbizzquiz op televisie. Tijdens het examenfeest zingt Wham! Careless Whisper. Voor lezers van dezelfde generatie als de schrijfster levert lezing van De S-machine daardoor een gevoel op van ‘good old times’. Prettige details die dobberen op een onderstroom van ellendige gebeurtenissen. Door de lichtvoetige toon steekt de akelige werkelijkheid scherp af. Is Maria in haar kinderlijke onschuld slachtoffer van misbruik door de veel oudere minnaar op wie ze verliefd denkt te zijn? Aan de lezer het oordeel.