Quest Psychologie 05/2012

Fotografie © Malou van Breevoort

'Scholen zijn net legbatterijen'

In ons land heerst een zesjescultuur. ‘Scholieren zijn niet ambitieus,’ zeggen ouders, docenten en politici. ‘Onzin,’ zegt ontwikkelingspsycholoog Michiel Westenberg. ‘Kinderen willen graag excelleren. Niet voor het cijfer, maar voor het goede gevoel dat je krijgt als je ergens goed in bent.’

 

Past het idee dat een zes goed genoeg is binnen de typisch Nederlandse cultuur van ‘doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg’?
‘Misschien. In ieder geval volstaat een zes al zo lang ik me kan herinneren. Dat was dertig jaar geleden al zo toen ik naar school ging en nu nog steeds is een zes voor elk vak voldoende op het rapport. Ik weet niet wanneer, maar al heel lang geleden is besloten ons schoolsysteem zo in te richten en daar houden we aldoor aan vast.’
 

Dus doet niemand doet zijn best om hoger te scoren?
‘Het viel mij tegen toen ik zag dat de het gemiddelde eindexamencijfer vorig jaarniet boven de 6,3 uit kwam. Maar ja, waarom zou een leerling enorm zijn best doen voor wiskunde als die zes gewoon voldoende is?’
 

Wat is er eigenlijk mis met een zes?
‘Het is gek dat je op een bepaald schooltype het minimale cijfer kunt halen. Dan zit je dus op de ondergrens van wat je moet kunnen op dat niveau. Als dat alles is wat je eruit kunt halen, zit je eigenlijk niet op je plaats. Dat klopt niet. Je moet binnen het schooltype dat je volgt gemiddeld een zeven kunnen halen.’
 

Jij pleit ervoor dat scholieren gaan streven voor een zeven. Waarom?
‘Omdat het leuk is om te presteren. Het gaat mij niet om de hoge cijfers, cijfers dienen alleen als een handig criterium. Maar als je doet wat je leuk vindt, ga je vanzelf je best doen. Ondanks dat gemiddelde zesje dat iedereen wel haalt, blijkt dat kinderen die bijzondere vakken kiezen over het algemeen hoger scoren. Nu al slagen kinderen met achten voor tekenen of Arabisch. Doordat ze die vakken heel bewust kiezen doen ze vanzelf hun best.’
 

Zijn dat geen uitzonderingen?
‘Nu nog wel. Maar je kunt elk kind zo ver krijgen dat ‘ie harder gaat lopen voor zijn schoolwerk. Alleen bereik je dat nooit met het huidige onderwijssysteem.’

Wat is er mis met het huidige onderwijssysteem?
‘Scholen zijn nu net legbatterijen: kinderen moeten als een soort vee van het ene hok doorlopen naar het volgende hok. Op die manier lever je wel heel veel kippen af, maar ze zijn stuk voor stuk niet te pruimen. Onderwijspersoneel is geobsedeerd geraakt door rendement en prestaties. Want daar worden ze op afgerekend. Per geslaagde leerling ontvangt de school subsidie van de overheid.’
 

Het is toch logisch om een maatstaf te hanteren?
‘Natuurlijk zijn cijfers belangrijk als norm voor het niveau. Maar ze moeten niet het uitgangspunt zijn. We zijn het werkelijke doel van onderwijs uit het oog verloren.’
 

Wat moet het doel van onderwijs zijn?
‘Het gaat om talent ontwikkelen. Voor kinderen is het leuk om te ontdekken waar ze goed in zijn en waarmee ze kunnen presteren. Rendement leveren en kunnen meedraaien in de kenniseconomie zijn afgeleiden van het werkelijke doel. Het motiveert niet als op school gezegd wordt: dit moet je doen en dit cijfer moet je daarvoor halen. Zoals nu gebeurt.’
 

Docenten lopen toch tegen het probleem aan dat scholieren helemaal niet willen leren?
‘Volwassenen hebben vaak een negatief beeld van pubers. Waar dat vandaan komt is mij een raadsel. Natuurlijk, je moet ze over een drempel helpen om aan de slag te gaan. Want kinderen vinden op die leeftijd dat ze wel wat beters te doen hebben. Ze zijn het leven aan het onderzoeken. Ze zouden er zelf überhaupt nooit voor kiezen om elke dag naar school te gaan. Daarom moet je ze heel duidelijk maken wat je van ze verwacht. Nu hoeven ze maar een zes te scoren. Maar als ze dat doen, is het toch niet goed. Dan krijgen ze te horen ‘had je niet wat beter je best kunnen doen?’
 

Dus we verwachten veel van pubers, zonder dat we ze helpen hun doelen te bereiken?
‘Precies. Daarom pleit ik ervoor te streven naar hogere cijfers. Ik stel voor dat scholen met ingang van het nieuwe schooljaar de lat hoger leggen. Verwacht niet langer dat leerlingen minstens een zes scoren, maar gemiddeld een zeven.’
 

Denk je dat dat haalbaar is?
‘Bij mijn weten heeft geen school dit ooit geprobeerd. Besturen zijn bang dat hun rendement daalt en dat ze hun inkomsten mislopen. Maar het is volgens mij vrij eenvoudig. Vraag de kinderen: waar denk je een acht te kunnen scoren, en waarvoor een zes? En help hen daarbij. Wie met moeite een vijfenhalf voor wiskunde haalt, kan dat vak compenseren met een achtenhalf voor Frans bijvoorbeeld.’
 

Waarin schuilt de slaagkans van jouw plan?
‘Je vraagt kinderen zelf te kiezen en geeft ze daarin eigen verantwoordelijkheid. Je gaat werken vanuit het perspectief van het kind. Dat stimuleert de interne motivatie. In combinatie met stimulans van buitenaf, dus goede begeleiding en duidelijke verwachtingen, krijg je scholieren vanzelf in beweging.’
 

Waarom zouden kinderen in beweging komen?
‘Het voelt goed ergens goed in te zijn. Je hoeft kinderen alleen maar te laten inzien dat leren leuk is. Dat kan heel simpel: door ze nadrukkelijk te betrekken bij hun eigen ontwikkeling. School moet de keuzes en mogelijkheden bieden, maar de kinderen moeten veel meer dan nu zelf gaan beslissen waar ze voor kiezen. Ze moeten zelf uitdokteren waar ze goed in zijn en waar ze hard voor willen werken.’
 

Kunnen kinderen zelf al zulke keuzes maken?
‘Jazeker. Misschien kiest een kind eerst totaal verkeerde vakken, overschat hij zichzelf of bakt er juist niets van. Dat moet je laten gebeuren. Het hoort bij het leerproces om zelf te ontdekken waar je wel of juist niet goed in bent. Zo werkt een kind geleidelijk naar zijn eigen voorkeur toe. Op die manier geef je kinderen de kans zelf te kiezen welke richting ze op willen. Dan komt de motivatie uit hen zelf en is het niet door druk van buitenaf dat ze ergens hun best voor moeten doen.’
 

Laat je scholieren dan niet erg aan hun lot over?
‘Eigen verantwoordelijkheid geven betekent niet: zoek het maar uit. Als blijkt dat kinderen ondersteuning nodig hebben bij een bepaald vak, moet je die ook geven.’


Kan het puberbrein zo’n aanpak aan?
‘Dat iets nog niet uitontwikkeld is, wil niet zeggen dat je er geen gebruik van kunt maken. Peuters hebben zwakke beenspieren en hoewel ze enorm zwabberen, lopen ze toch. Je weigert pubers toch ook geen eten omdat ze nog niet zijn uitgegroeid? Ze eten zich juist helemaal klem omdát ze in de groei zijn. Hetzelfde geldt voor hun brein. In deze ontwikkelingsfase moeten ze leren verantwoordelijkheid te nemen. Geef ze dan ook de vrijheid om verantwoordelijkheid te dragen voor hun eigen keuzes. Dat kunnen ze nog niet goed, dus je moet ze daarin begeleiden. Maar als je het ze niet laat doen, leren ze het ook niet.’
 

Hoe moeten ouders omgaan met huiswerk als scholen gaan streven naar een zeven?
‘Ouders moeten vooral zorgen dat hun kinderen goed slapen en eten. Het is prima om kinderen te stimuleren, eventuele problemen kunnen ze signaleren en bespreken met docenten. Maar ouders zijn niet verantwoordelijk voor de prestaties op school. School moet zorgen voor goede educatie.’
 

Denk je dat kinderen echt hun best willen doen voor hogere cijfers?
‘Volgens mij zijn kinderen eigenlijk idealistischer en ambitieuzer dan de meeste volwassenen. Ze hebben wel degelijk de wens te excelleren. Jongeren zijn vol goede moed, ze zijn eerlijk en positief. Door de lat hoger te leggen creëer je in het onderwijs een klimaat waar scholieren voldoening uit halen. Dan volgt de prestatie vanzelf.’

 

MEER INFORMATIE
Zesjescultuur? Leve de zeven!’, essay van ontwikkelingspsycholoog Michiel Westenberg, is opgenomen in CU@school, een uitgave over jeugdcultuur en onderwijs van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Onderwijs.


Van luie puber tot hoogleraar

Naam: Michiel Westenberg
Geboren: 1957
Beroep: hoogleraar ontwikkelingspsychologie, Universiteit Leiden
School: VWO Atheneum β: Nederlands, Engels, Geschiedenis, Wiskunde I en II, Scheikunde, Natuurkunde.
Gemiddeld eindexamencijfer: 7+
Motto als scholier: hoe lager het cijfer hoe beter. ‘Hoger scoren dan noodzakelijk betekende dat je tijd had verprutst aan leren. Ik deed liever iets leuks met vrienden. Zoals veel kinderen calculeerde ik precies hoeveel ik moest doen om over te gaan. Rond mijn zestiende ontdekte ik wat ik leuk vond. Ik wilde geneeskunde gaan studeren en daarvoor gold een gewogen loting. Dus ik had goede cijfers nodig. Die drijfveer werkte als stimulans. Voor de studie ben ik trouwens drie keer uitgeloot.’
 

Vrij en verantwoordelijk op zee
Westenberg adviseert het onderwijsexperiment School at Sea. 28 april 2012 keerden vierendertig VWO-leerlingen terug van een zeilreis van zes maanden op een groot jacht. Onder begeleiding zeilen ze in zes maanden van Amsterdam naar het Caraïbisch gebied. Als bemanning en als scholier leerden ze hun talenten ontdekken en ontwikkelen was het idee. Westenberg: ‘Ze ontwikkelen vaardigheden die op school niet aan de orde zijn. Zo moesten ze dus letterlijk etenswaren goed opslaan voor de grote oversteek. Dat is best een klus voor kinderen die zoiets nooit eerder deden.’ Het hele onderwijssysteem kan veel van dit experiment opsteken, daarvan is Westenberg overtuigd. ‘Zodra je kinderen verantwoordelijkheid geeft, némen ze die ook. Dat kan je op een gewone school ook prima doen. Als de doelen en consequenties maar helder zijn.’