Quest Psychologie 2010

Hoe word ik gelukkig? Een zelfhulpboek, Guus Kuijer, Athenaeum (2009): Guus Kuijer is bekend als kinderboekenschrijver van onder meer de serie Madelief. Hij schrijft steeds meer boeken voor volwassenen.


Departures, Yōjirō Takita (2009): film over een werkloze cellist die als begrafenisondernemer aan de slag gaat.

 

Bevlogenheid maakt gelukkig

Kunstenaars móeten doen wat ze doen. Ze kunnen gewoon niet anders. Maar kan een accountant ook bevlogen zijn? Iedereen heeft een roeping,  de kwestie is die te vinden.


Dat het Pablo Picasso de relatie met zijn vader kostte, weerhield de schilder er niet van modern te gaan schilderen in plaats van de klassieke schilderkunst toe te passen die hem was geleerd. Vincent van Gogh verdiende niet genoeg om fatsoenlijk te eten maar schilderen was zijn lust en zijn leven. Geestdrift is de motor van kunstenaars.
De vrij onbekende dichter Willem Bilderdijk (1756-1831) houdt in zijn tijd, als de Romantiek hoogtij viert, een hartstochtelijk pleidooi voor geestdrift. Volgens hem kan een dichter (lees: kunstenaar ) niet anders dan zijn gevoel volgen: ‘De Dichter voelt helemaal anders dan de gewone mens die deelneemt aan de dwarreling van gewone zaken.’ Dus alleen een ‘gewoon’ mens is volgens Bilderdijk geschikt voor de maatschappij, voor een beroep, voor de samenleving en de genoegens die deze hem opleveren. Maar: ‘Voor de dichter is het gevoel alles, hieraan ontkomt hij niet. Daarvan te genieten, het te vergroten, het over te brengen, is zijn hele bestemming. Voor hem is geen andere bestemming mogelijk.’
Als we Bilderdijk moeten geloven is geestdrift, of bevlogenheid, dus alleen aan de kunstenaar voorbehouden. Want kunstenaars stellen alles en iedereen in dienst van de creaties die zij scheppen. Maar kun je als ‘gewone ziel’ ook leren je roeping te volgen?
 

Roep je zelf
Bevlogenheid mag kenmerkend zijn voor grote creatieve geesten maar ook een accountant kan bevlogen zijn werk doen. Het grote verschil is dat het bij kunstenaars resulteert in iets tastbaars, namelijk het kunstwerk. Dat maakt het eenvoudiger om de eigenschap te ontleden en te kijken hoe die toe te passen is bij anderen.
Zo neemt Guus Kuijer in zijn zelfhulpboek Hoe word ik gelukkig kunstschilders als voorbeeld om het geluk op te sporen. ‘Van het leven van grote kunstenaars is veel bekend en het aardige van schilders is dat je hun stemming in één oogopslag kunt vaststellen’, stelt Kuijer die we vooral kennen van zijn kinderboeken. Kuijer legt het verband tussen geestdrift en een gelukkig leven. Veel historici zijn ervan overtuigd dat Vincent van Gogh ongelukkig was. Maar Kuijer bestrijdt dit: ‘Hoe kan Van Gogh zo veel gelukkige schilderijen hebben gemaakt als hij ongelukkig was?’, vraagt de schrijver zich af. ‘Wanneer je zijn bloeiende fruitbomen bekijkt, zie je volgens mij niets anders dan een rustige, maar intense levensvreugde.’ Hoe kwam de beroemde schilder dan zo gelukkig? ‘Toen hij schilder werd, kwam hij thuis,’ aldus Kuijer. ‘Hij had zijn betekenis gevonden. Van geestelijken en kunstenaars wordt wel gezegd dat ze een roeping hebben. Ik houd het erop dat ze zichzelf roepen. Vincent was al gek van schilderen voor hij schilder werd. Iemand die weet wat hij moet doen met zijn leven is een gelukkig mens.’
 

Onbenullig is ook leuk
Niet iedereen is zo getalenteerd als Van Gogh. Hoe weet je als gewone sterveling wat je wilt met je leven? Je moet je belangstelling volgen. Of het nu broodbakken, computers programmeren of zingen is. Iedereen kan wel iets bedenken waar hij plezier aan beleeft, al mag het nog zo onbenullig lijken. Wie zich geconcentreerd toelegt op datgene waarvoor hij kiest, kan daar veel in bereiken. Dat hoeft niet per se een creatief beroep te zijn.
Creatieve bevlogenheid schuilt ook in de manier waarop een ambacht wordt uitgevoerd. Kijk naar de Japanse cellist Daigo in de Japanse film Departures (2009). Nadat zijn orkest is opgedoekt gaat Daigo de kost verdienen met het opbaren van lijken. Zijn echtgenote gaat bij hem weg vanwege dit ‘schandelijke’ beroep en op straat weigeren bekenden hem om dezelfde reden te groeten. Daigo zet zijn werk vastberaden voort, ondanks de offers die hij moet brengen. Iets in het werk grijpt hem. Hij is niet bang voor de dode lichamen die hij moet afleggen. Liefdevol kamt hij de haren van de overledene, alsof hij de man of vrouw geen pijn wil doen met zijn kam. Hij hult het lichaam heel zorgvuldig in een ritueel sterfkleed waarbij hij zorgt dat de aanwezige nabestaanden niet per ongeluk een bloot been van hun gestorven dierbare zien. Indien gewenst voorziet hij het gezicht van wat make-up. Als de kwaadsprekers zien met hoeveel aandacht en toewijding Daigo zijn taken verricht, komen ze huilend van dankbaarheid en ontroering tot inkeer. Daigo put zichtbaar voldoening uit de laatste eer die hij de doden bewijst.

 

Je vergeet de tijd
‘Bevlogenheid is een positieve gemoedstoestand van opperste voldoening ten aanzien van het werk.’ Zo omschrijft Arnold Bakker geestdrift of bevlogenheid. Hij is hoogleraar arbeids- en organisatiepsychologie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Bakker deed specifiek onderzoek naar bevlogenheid op de werkvloer. Drie belangrijke kenmerken zijn bepalend voor die prettige gemoedstoestand. Ten eerste vitaliteit. Bevlogen mensen bruisen van de energie en zijn onvermoeibaar. Ten tweede doen ze hun werk vol toewijding, ze vinden hun werk inspirerend en zijn trots op wat ze doen. Ten derde gaan ze op plezierige wijze helemaal op in hun werk. Absorptie noemt Bakker dat. Bevlogen mensen vergeten de tijd en kunnen zich maar moeilijk losmaken van waar ze mee bezig zijn.
Volgens Bakker zijn bepaalde persoonlijkheidstrekjes wel een voorwaarde om je beroep bevlogen uit te oefenen. Uit zijn onderzoek blijkt dat optimistische mensen met een hoog gevoel voor eigenwaarde doorgaans geestdriftig te werk gaan. Zij putten uit persoonlijke hulpbronnen, zoals Bakker die eigenschappen noemt. Als je positief over jezelf en je prestaties denkt, ben je beter in staat doelen na te streven die passen bij je persoonlijke interesses. Dat werkt beter dan andermans doelen nastreven, zoals die van de baas. Daarnaast zijn steun en goede feedback uit de omgeving ook gunstig, net als afwisseling en voldoende zelfstandigheid. Allemaal zogeheten sociale hulpbronnen die zorgen dat de werkplek een prettige omgeving is waar je tot je maximale kunnen wordt gestimuleerd.

 

Gewoon keihard werken
Hoewel een positief zelfbeeld en zelfvertrouwen voor een deel afhankelijk zijn van je genen en je achtergrond, is de mate van bevlogenheid die eruit voortkomt is zeker te beïnvloeden. ‘Dat heeft voor een groot deel met motivatie te maken’, weet Bernard Nijstad, psycholoog aan de Rijksuniversiteit Groningen. ‘We onderscheiden twee vormen van motivatie. Intrinsieke motivatie heeft te maken met gevoel. Je werkt hard omdat je doet wat je leuk vindt. Je schept plezier in je bezigheden, je wordt uitgedaagd zonder dat het te moeilijk is. Dat werkt prikkelend en bevredigend.’ Dan is er nog extrinsieke motivatie en die heeft te maken met beloning. ‘Bijvoorbeeld geld verdienen of een extra bonus ontvangen. Beloning helpt om werk dat je misschien niet eens zo boeiend vindt toch goed uit te voeren. Of om een tandje bij te zetten als iets snel af moet.’
Nijstad ziet dat vooral intrinsieke motivatie goed werkt voor de creativiteit. ‘Je hebt mensen die creatief werken door iets te scheppen, een boek schrijven of een schilderij maken. Maar je kunt ook creatief te werk gaan in een niet scheppend beroep door origineel te zijn en te variëren in de manier waarop je werkt als bankier of voor mijn part topsporter.’
Voor creativiteit moet je flexibel zijn. Alleen als je flexibel bent, kun je makkelijk gekke gedachtesprongen maken en associaties maken die niet voor de hand liggen. Als je niet angstvallig bezig bent om controle te houden binnen een situatie, is er meer ruimte voor vrije associatie en fantasie. Zo staat niets bevlogenheid meer in de weg. ‘Maar daarnaast moet je gewoon hard werken. Thomas Edison had de lumineuze ingeving dat je met stroom een draadje kunt laten gloeien en zo licht kunt creëren. Maar om dat idee vervolgens om te zetten tot een praktisch lichtgevend peertje moest hij keihard werken.’
 

Maak het niet te gek
Beide vormen van motivatie zijn noodzakelijk. Ze vullen elkaar aan. Degene die talenten op beide vlakken weet te combineren heeft kans om te doen waar hij zin heeft en daarmee ook nog eens succes te boeken. Vincent van Gogh was op de goede weg. Hij beloofde zijn broer Theo, die zijn zakelijke belangen behartigde, toegankelijker schilderijen te maken zodat ze beter verkoopbaar zouden worden. Helaas werd het eerste doek van Vincent pas kort voor zijn dood verkocht. Maar dat had niets met een gebrek aan motivatie of talent te maken, Vincent werd ziekelijk gek. ‘Je hoort vaak dat kunstenaars leiden aan geestesziekten’, zegt Bernard Nijstad. ‘Dat werkt in het creatieve proces natuurlijk bevorderlijk. Als je ontzettend flexibel denkt, krijg je de origineelste ideeën. En iemand die manisch is heeft veel energie, die voelt zich goed en blijft maar doorgaan. Het ervaren van blijdschap gaat samen met een toename van de neurotransmitter dopamine. Die maakt het gemakkelijker om flexibel te denken.’ Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat al die fantasie en werklust doorslaan in zo veel gekte dat je niet meer normaal kunt functioneren. Dus: geestdrift is leuk, maar met mate.

 

 

Kwaad aan het werk

‘Denk aan iets vervelends of aan iets leuks dat je hebt meegemaakt en omschrijf die ervaring.’ Deelnemers aan een psychologisch onderzoek aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) herbeleefden dankzij deze schrijfoefening de stemming van toen. Vervolgens moesten ze creativiteitsoefeningen doen. Uit het onderzoek bleek dat zowel boosheid als blijdschap goed zijn voor de creativiteit. Want ook al is boosheid een negatieve emotie, het prikkelt de werklust en creativiteit beter dan iemand die neutraal of emotieloos is. Alleen kost boosheid veel energie en dat bevordert de creatieve houding dan weer niet. Angst heeft een slechte uitwerking op de flexibiliteit die nodig is om creatief en bevlogen te werken. Het verstijft en vernauwt de blik. Toch kan ook angst motiveren. Want je doet er alles aan om weer uit de rotsituatie te komen. Maar pas op. Want de opluchting die volgt als de angstwekkende situatie weer voorbij is, is funest. Wie keihard heeft gewerkt om bijvoorbeeld een faillisement af te wenden, zal opgelucht zijn als de actie geslaagd is. Maar met de opluchting zakken het adrenalineniveau en het vermogen tot creativiteit volledig in. Dan kan het daarna alsnog misgaan. Vergelijk het met een biertje na het sporten dat rechtstreeks in je benen zakt.


Toedeledokie
Ga je elke dag fluitend aan het werk? Vind je je baan zinvol en inspirerend en vergeet je soms te lunchen omdat je zo lekker bezig bent? Dan zit het wel goed met je bevlogenheid. Maar wie zich meer voelt als Edgar, Jos of Juffrouw Jannie op het Jiskefetkantoor Debiteuren Crediteuren heeft misschien nog wat leermomentjes te gaan. Om op zoek te gaan naar je passie en daar vervolgens echt iets mee te doen in werk of hobby, zal je moeten dromen, durven en doen. Dat zegt althans ‘gedragsgoeroe’ Ben Tiggelaar, auteur van het boek Dromen, durven en doen. Aan het vinden van je passie gaat hard werk vooraf:

• Stap 1. Blijf niet stilstaan bij je negatieve gedachten over hoe stom je werk is, maar bedenk wat je wel goed kunt of leuk vindt. Ga vervolgens na wat je zelf bijgedraagt aan die positieve ervaring en benut die kracht om je droom na te jagen.
Dus: niet blijven klagen hoe stom het is om manager te zijn, maar bedenken waarom dat etentje organiseren voor vrienden zo leuk was en het eten zo lekker was.

• Stap 2. Durf los te komen van automatismen. Tiggelaar stelt dat je 95 procent van je dagelijkse handelingen thuis op of je werk doet uit gewoonte. Ga na wat je onbewuste, ongeplande handelingen zijn en waarom je ze doet. Dan kom je er ook achter welke dingen je leuk vindt en wilt blijven doen en welke zaken je liever laat voor wat ze zijn.
Dus: ik sta elke dag om 7 uur op om op tijd op mijn werk te zijn. Voortaan sta ik in het weekend ook zo vroeg op, maar dan om naar de markt te gaan voor de mooiste vis en groenten.

• Stap 3. Zodra je de stap waagt om echt iets te gaan doen waar je van droomt en waar je hard voor moet werken om het voor elkaar te krijgen, denk dan niet in termen van slagen of falen. Een struikelpartij onderweg draagt alleen maar bij aan de volharding van je droom.
Dus: ga na waarom het voorgerecht tijdens die eerste cateringpartij niet te eten was. In plaats van zeggen dat je er nooit aan had moeten beginnen kan je leren dat je gewoon te weinig ingredienten had ingekocht zodat je de volgende keer wel genoeg hebt.

Gedragsgoeroe Ben Tiggelaar heeft trouwens een geruststellende mededeling over al dat gezoek naar passie. ‘De term passie is nogal overdreven’, zegt hij. ‘Mag het ook gewoon enthousiasme zijn?’ Ja, is zijn eigen antwoord. Zodra je je nuttig voelt bij wat je doet, anderen jouw inzet een beetje waarderen en je bovendien het gevoel hebt dat je het best goed doet, dan mag je best van passie spreken vindt de geboren Groninger. Best een geruststellende gedachte dat het leven ook weer niet alle dagen groots en meeslepend hoeft te zijn.