Botanische tuinen kosten te veel geld en leveren wetenschappelijk te weinig op. We kunnen ze dus best missen. Wat vindt u? Discussieer mee op nationalgeographic.nl

Tuinen van de wetenschap

Zaden winnen van de Indiase bergplant Nepenthes khasiana en de kweekjes bestuderen. Is dat noodzakelijk? Ga vooral je gang, maar wij betalen daar niet langer voor, zeggen bestuurders. Het bestaansrecht van de tuinen in Nederland en België staat op de tocht. Een groot verlies of het einde van een overschatte koloniale hobby?

 

De Botanische Tuinen Utrecht vieren hun 375-jarig bestaan. Reden voor feest? Uiteraard. Maar de lange bestaans geschiedenis van de parkachtige wetenschapstuin is geen garantie voor de toekomst. Het universiteitsbestuur moet flink bezuinigen, en dat raakt ook de begroting van de Utrechtse tuin. Op welke manier dat geld moet worden bespaard, is nog onduidelijk, maar in de Utrechtse hortus en in andere tuinen maakt iedereen zich zorgen.
Voor botanici is het een doemscenario als unieke planten die in het wild uitsterven en in de tuinen generaties lang zijn gekoesterd, uiteindelijk op de composthoop eindigen. De collectie van de botanische tuinen van de Universiteit Wageningen werd een paar jaar geleden opgedoekt, die van de Vrije Universiteit (VU) Amsterdam wordt afgebouwd.

In tijden van economische crisis bezuinigen universiteitsbesturen hun plantenrijken geheel of gedeeltelijk weg. Vanuit financieel oogpunt is zo’n keuze snel gemaakt: de tuinen leveren in wetenschappelijk opzicht relatief weinig op en het onderhoud kost veel geld. En, zou je kunnen argumenteren, alles wat je over planten wilt weten kun je ook op internet vinden, of desnoods in een bibliotheek. Maar wat is de werkelijke waarde van een botanische tuin? En moet die waarde alleen in geld worden uitgedrukt?
Paul Keßler, directeur van de Hortus botanicus Leiden, weet het wel. In de glorieuze periode rond 1830 bracht arts en botanicus Philipp Franz von Siebold planten uit Japan mee naar Leiden. Deze hortensia’s, hosta’s en anemonen domineren nog altijd de tuinmarkt. De Nederlandse bloementeelt wortelt letterlijk in plantjes die nog steeds groeien en bloeien in de Leidse tuin, iedereen kan ze gewoon komen bekijken. “Of het nu gaat om de medicinale werking van een Chinees kruid, de oorsprong van de nu favoriete orchidee of de minder sympathieke kant van het koloniale verleden: onze planten vertellen stuk voor stuk een fantastisch verhaal”, zegt Keßler. “Ze zijn tot in de nerven economisch, maatschappelijkencultuurhistorischrelevant.”
Gerard van Buiten, hortulanus van de Botanische Tuinen Utrecht is dezelfde mening toegedaan: “Doodzonde dat rijke plantencollecties vanuit een kortetermijnvisie de nek dreigt te worden omgedraaid”, zegt hij. Van Buiten wijst graag op het belang van zijn tuin bij het opleiden van een nieuwe generatie natuurbeschermers die er onderwijs krijgt over duurzaamheid en ecosystemen – thema’s waarmee de botanische tuinen al honderden jaren bezig zijn. Een voorbeeld daarvan is de (proef)kweek van een ficussoort uit Frans-Guyana in de Utrechtse hortus. Die blijkt zo succesvol dat nu wordt bestudeerd of de soort kan worden gebruikt voor herbebossing in zijn oorspronkelijke verspreidingsgebied. “En er wordt gelukkig steeds meer gebruikgemaakt van de onder-zoeksfaciliteiten die we vanuit de tuin bieden aan studenten en docenten”, aldus Van Buiten.

Rijke traditie
Universiteitsbestuurders hebben niet altijd oog voor de rijkdom van de botanische tuinen, zegt Bob Ursem, beheerder van de Botanische Tuin Delft en voorzitter van de Nationale Vereniging Botanische Tuinen (NVBT). “Kortzichtig”, meent hij. Ursem ziet parallellen met regeringsplannen om het Museum Boerhaave en het Koninklijk Instituut voor de Tropen te sluiten. “In de VS zou- den vier eeuwen oude collecties worden verheven tot nationaal monument. Hier gaan ze in de uitverkoop. Ongelofelijk.” Ongelofelijk voor betrok- kenen misschien, maar het gebeurt. Moet de bota- nische sector zich niet schikken naar de realiteit?
Niet volgens Ursem. Hij meent dat er sprake is van een gol eweging in de waardering van het natuurwetenschappelijk erfgoed. “Zo gaat het altijd in de politiek. Een volgende lichting bewindslieden heeft weer wel oog voor de waarde... lees verder -->