Help mij met TEAM175 helpen. Doneren kan via deze link
https://chuffed.org/project/help-team-175-helpen-op-lesbos
DANK!

'Ga je mee naar Lesbos?'

 ‘Wil je met me mee naar Lesbos Maart?’
Vriendin Floor heeft een week meegedraaid in vluchtelingenkamp Kara Tepe op het Griekse eiland Lesbos. Ze is daar zo van onder de indruk dat ze opnieuw een week wil gaan helpen. Daarvoor trommelt ze een aantal vriendinnen op, zodat ze een team van minimaal zes vrijwilligers kan vormen. Ontbijt en lunchpakketten samenstellen en uitdelen aan de bewoners, aandacht geven aan kinderen en hun ouders, de permanente vrijwilligers in het kamp ondersteunen. Dat is wat we daar zo ongeveer kunnen doen.

‘Ja ik wil!’ roept een stem rechtstreeks uit mijn buik.
‘Wat heeft zo’n weekje helpen nou voor zin?’ roept een stem uit mijn hoofd direct terug.
‘Zo los je de wereldvluchtelingenproblematiek toch niet op?’
‘Zo tem je de Syrische dictator Assad toch niet?’
‘Zo’n weekje Lesbos is toch alleen maar je eigen geweten sussen?’
‘Je bent zelf gesloopt na zo’n week en dan veilig terug naar je eigen luxeleven terwijl de mensen in dat kamp er net zo beroerd aan toe blijven als vóór jouw komst.
‘Het heeft geen zin.’


De stem in mijn hoofd vuurt deze en nog veel meer kritische vragen af alsof ik in een computergame zit. Bam-bam-bam. Probeert mijn verstand mijn angst te bedwingen? Angst dat ik iets niet goed doe als ik een weekje met mijn poten in de modder ga staan? Vanwaar deze zelfcensuur? Wat kan er nou mis zijn met zo’n weekje mensen helpen die dat hard kunnen gebruiken?

Nee, ik los geen onderliggende oorzaken en problemen op die mensen in een vluchtelingenkamp drijven. Een heel oud voorlichtingsfilmpje (van eind jaren negentienhonderdtachtig!) schiet mij te binnen: Een man zit op de stoep voor het Arbeidsbureau te klagen en roept: ‘Het arbeidsbureau, heeft toch geen zin!!’ Waarop een passant reageert: ‘De stoep warmhouden, dát heeft zin.’ Precies, niks doen helpt sowieso niet. Laat mij gewoon íets doen. Al kan ik in dat ene weekje op Lesbos maar één kindje aan het lachen maken. Al kan ik maar één vrouw een kwartiertje echte aandacht geven door naast haar te zitten en proberen wat te kletsen. Aandacht die ze niet meer krijgt van haar eigen zus, omdat ze van elkaar gescheiden zijn door afstand of de dood. In het contact hoop ik vreugde en verdriet uit te wisselen, en alles wat daar tussenin zit.

 

En ja, er zal vast iets opportunistisch zijn aan zo’n weekje proberen bijstand te verlenen aan mensen in nood. Het lijkt mij bijvoorbeeld fantastisch om deel uit te maken van het groepje vriendinnen dat Floor bij elkaar trommelt. En als vrijwilligersteam maken we ook deel uit van de stichting Because We Carry, die kamp Kara Tepe heeft opgericht in 2015. Ik heb bewondering voor de Nederlandse vrouwen die de ballen hadden zo’n initiatief op te zetten en sindsdien week in week uit duizenden ontheemde mensen voorzien van minimale levensbehoeften. Ik wil best (even) bij deze powervrouwen horen. Dat gaat allemaal meer over mijn eigen ego dan over de mensen die ik wil helpen. Nou en? Nog een reden om dit te doen: zo’n weekje vrijwilligerswerk op Lesbos brengt mij eens heel dichtbij een situatie die ik enkel van het Journaal ken. Mijn leven lang zie ik al Journaalbeelden die me buikpijn bezorgen, maar daarna kan ik weg-zappen en vrolijk verdergaan met mijn gezonde, welvarende leventje. Oorlog, misdaad, armoede en vernedering van dat kaliber blijven in mijn bestaan veilig ver weg. Ik ben in een levensfase beland waarin ik de ruimte voel om mij onvoorwaardelijk voor volslagen onbekenden in te zetten. En ik weet zeker dat zo’n weekje helpen op Lesbos verder zal doorklinken in mijn leven. Hoe? Daar hoop ik achter te komen. Mede door jou als lezer mee te nemen in mijn avontuur. Ik verheug me op de ontmoetingen met de mensen op Lesbos. Zij verdienen aandacht.